Kennisbank

Sportschool na een blessure: waarom het vaak tegenvalt

Een sportschool na een blessure valt niet tegen door slechte apparaten, maar doordat er niemand naast je staat die je opbouw doseert.

84 x bekeken
In het kort

Een sportschool na een blessure klinkt als de logische volgende stap. De ergste pijn is weg, je fysio heeft groen licht gegeven, en je hebt zin om weer op te bouwen. Dus koop je een abonnement bij de sportschool om de hoek. Logisch. En toch valt dat verrassend vaak tegen, precies in die eerste weken terug.

Niet omdat de sportschool slecht is. Maar omdat trainen vlak na een blessure iets anders vraagt dan gewoon “weer gaan sporten”. Je lichaam is nog aan het herstellen, je belastbaarheid is lager dan je denkt, en op de meeste sportscholen staat er niemand naast je die dat in de gaten houdt. Juist daarom sport je na een blessure niet zomaar op de oude voet verder.

In deze blog leggen we uit waarom een sportschool na een blessure in die eerste weken vaak fout gaat, wat begeleid trainen anders maakt, en wanneer een gewone sportschool juist prima is. Want dat laatste komt vaker voor dan je zou denken.

Leerpunten van dit artikel

Waarom trainen na een blessure vaak misgaat in de eerste weken terug.

Wat het verschil is tussen Fysiofitness en een gewone sportschool.

Wat begeleid trainen doet wat je zelf lastig kunt regelen.

Wanneer een sportschool na je blessure juist wel een goede keuze is.

Wil jij veilig STERKER worden na je blessure?

Met Fysiofitness train je onder begeleiding van een fysiotherapeut, met een schema dat op jouw herstel is afgestemd. Iemand doseert je opbouw en stuurt bij als het nodig is. Bekijk wat Fysiofitness voor je kan doen.

De eerste weken

Waarom een sportschool na een blessure misgaat in de eerste weken terug

Een sportschool na een blessure voelt vertrouwd: de ergste pijn is weg, dus het lijkt alsof je gewoon weer kunt beginnen. Maar dat gevoel loopt vaak voor op de werkelijkheid. Weefsel dat herstelt, zoals een pees, spier of band, heeft weken tot maanden nodig om weer stevig te worden. In die tijd kun je je al lang goed voelen, terwijl je lichaam nog niet zoveel aankan als vroeger.

Hier komt één begrip om de hoek kijken dat het hele verhaal draagt: belasting versus belastbaarheid. Belasting is alles wat je je lichaam vraagt, dus de gewichten, de herhalingen, de intensiteit. Belastbaarheid is hoeveel je lichaam op dat moment aankan. Na een blessure is je belastbaarheid tijdelijk gezakt. Zolang je belasting daaronder blijft, bouw je op. Ga je eroverheen, dan flakkert de klacht op.

Het probleem in die eerste weken is dat mensen twee dingen tegelijk doen. Ze onderschatten hoe laag hun belastbaarheid is, en ze onderschatten hoe snel ze weer gaan trainen als de motivatie hoog is. Je had jezelf voorgenomen om er deze keer écht voor te gaan. En juist dat enthousiasme jaagt de belasting omhoog, terwijl je lichaam nog niet zover is.

Daar komt bij: op een gewone sportschool bepaal je zelf hoe zwaar je traint. Niemand remt je af als je te snel gaat, en niemand ziet dat je die ene beweging compenseert met je andere been. De rekening komt vaak pas na een dag of twee, in de vorm van dezelfde zeurende pijn die je net kwijt was.

Te snel te veel

Te snel opbouwen is het echte risico

Als er één ding is dat herstel na een blessure laat ontsporen, dan is het te snel te veel willen. Dat is geen onderbuikgevoel, het is terug te zien in onderzoek naar trainingsbelasting. Wie zijn belasting in korte tijd fors opschroeft ten opzichte van waar het lichaam aan gewend is, loopt een duidelijk hoger risico op een nieuwe of aanhoudende klacht [1].

De kunst is niet om zo hard mogelijk te gaan, maar om in kleine, stabiele stapjes op te bouwen. Elke week een beetje meer dan de week ervoor, en niet in één keer een sprong. Dat klinkt saai, en dat is precies waarom het zo vaak misgaat. Rustig opbouwen voelt niet als vooruitgang, terwijl het dat wél is.

Hetzelfde geldt voor de andere kant: te voorzichtig blijven en amper belasten helpt ook niet. Dan wordt je lichaam niet sterker en blijft je belastbaarheid laag. Herstel zit in de smalle strook daartussen, en die strook op eigen houtje raken is knap lastig.

Dat je die opbouw op je gevoel doet, is dus het echte struikelblok. Je gevoel zegt “ik kan meer aan” op de dagen dat het goed gaat, en “laat maar zitten” op de dagen dat het tegenzit. Een opbouw die klopt, volgt geen dagkoers maar een lijn.

Begeleid trainen

Wat begeleid trainen anders maakt

Begeleid trainen heet bij ons Fysiofitness: trainen onder toezicht van een fysiotherapeut. Je werkt met een schema dat op jouw klacht en jouw herstel is afgestemd, en er kijkt iemand mee die weet waar je vandaan komt. Dat verschil klinkt klein, maar het raakt precies de dingen die op eigen houtje moeilijk zijn.

Iemand doseert je opbouw. Je hoeft zelf niet in te schatten of je deze week een stapje verder mag. Dat wordt voor je bepaald, op basis van hoe je herstel loopt en niet op basis van je dagvorm. Zo blijf je in die smalle strook waar je wel opbouwt maar niet overbelast raakt.

Iemand ziet je techniek. Na een blessure ontwijk je bewegingen vaak onbewust. Je zet net iets minder gewicht op de kant die pijn deed, of je draait je romp mee om je knie te sparen. Dat compenseren houd je zelf niet in de gaten. Een fysiotherapeut wel, en die corrigeert het voordat het een nieuwe klacht wordt.

Er is meteen iemand als het opspeelt. Voel je iets, dan hoef je niet te gokken of je door mag of moet stoppen. Je kunt het direct vragen aan iemand die je situatie kent. Dat haalt veel twijfel en angst weg, en juist die twijfel houdt mensen vaak tegen om überhaupt door te trainen.

Dat begeleiding hierbij helpt, is ook in onderzoek terug te zien. Bij mensen die herstelden van een enkelblessure gaf begeleide revalidatie minder pijn en meer kracht dan zelfstandig thuis oefenen [2]. Niet omdat de oefeningen anders waren, maar omdat er iemand naast stond die bijstuurde. Precies zo werkt Fysiofitness: je bouwt zelf op, maar niet in je eentje.

Toch prima

Wanneer een sportschool na een blessure juist wél prima is

En dan het eerlijke deel, want anders leest dit als een verkooppraatje. Een sportschool na een blessure is voor heel veel mensen een uitstekende plek. Het hangt af van waar je in je herstel staat en hoe zeker je je voelt.

Je bent goed hersteld en je weet wat je doet. Ben je door je revalidatie heen, heeft je fysio je uitgezwaaid, en weet je hoe je rustig opbouwt? Dan heb je geen toezicht meer nodig. Sterker nog, dan is zelfstandig doortrainen precies de bedoeling. Blijven bewegen is wat je herstel vasthoudt.

Je klacht was klein en is klaar. Niet elke blessure vraagt om begeleiding. Een lichte verrekking die netjes genezen is, hoeft geen Fysiofitness. Gezond verstand en een rustige opbouw zijn dan genoeg.

Je hebt een helder plan meegekregen. Soms geeft je fysiotherapeut je een schema mee waarmee je zelf verder kunt op de sportschool. Dan heb je het beste van twee werelden: een plan dat klopt, en de vrijheid om het zelf uit te voeren.

Het punt is dus niet dat een sportschool verkeerd is. Het punt is de fase waarin je zit. In de kwetsbare eerste weken, als je belastbaarheid nog laag is en je nog zoekt naar wat je aankunt, is begeleiding waardevol. Daarna mag je zelf verder. In onze praktijk in Eindhoven zien we mensen vaak precies die overstap maken: eerst begeleid opbouwen, later zelfstandig doortrainen.

In cijfers

Wist je dat…

Een paar bevindingen uit onderzoek naar trainen en herstel [1,2]:

Een relatief stabiele opbouw van je trainingsbelasting hangt samen met het laagste blessurerisico; grote sprongen omhoog verhogen het risico.

Bij enkelblessures gaf begeleide revalidatie minder pijn en meer kracht dan zelfstandig thuis oefenen.

Herstellend weefsel wordt niet in dagen maar in weken tot maanden weer stevig, ook als de pijn allang weg is.

Bewegen en belasten hoort bij herstel; te lang ontzien maakt je niet sterker, maar juist minder belastbaar.

Tot slot

Tot slot

Een gewone sportschool valt na een blessure niet tegen omdat er slechte apparaten staan, maar omdat de eerste weken terug iets vragen wat je daar niet vindt: iemand die je opbouw doseert, je techniek in de gaten houdt en meteen bijstuurt als het opspeelt. Ga je op je gevoel te snel, dan komt de klacht vaak gewoon terug.

Tegelijk is een sportschool voor veel mensen een prima plek, zeker als je goed hersteld bent en weet hoe je rustig opbouwt. Het draait om de fase waarin je zit. Soms heb je in het begin even een steuntje nodig, en daarna kun je zelf verder.

Twijfel je waar jij staat? Met Fysiofitness kijken we samen wat bij je past, van begeleid opbouwen tot zelfstandig doortrainen. Je kunt vrijblijvend een kennismaking plannen.

Dit is een blog ter informatie en vervangt geen persoonlijk advies. Twijfel je of je klaar bent om weer te trainen, of speelt je klacht op? Overleg dan met je fysiotherapeut of huisarts.

Klaar om weer OP TE BOUWEN onder begeleiding?

Met Fysiofitness stellen we samen een schema op dat past bij jouw herstel en bouwen we stap voor stap op. Bekijk de mogelijkheden en plan een kennismaking.

Veelgestelde vragen over dit onderwerp

Staat je vraag er niet tussen? Neem gerust contact met ons op, we helpen je graag verder.

Bij Fysiofitness train je onder begeleiding van een fysiotherapeut, met een schema dat op jouw klacht en herstel is afgestemd. Op een gewone sportschool bepaal en doseer je alles zelf. Voor gezonde training is dat prima, maar in de kwetsbare fase na een blessure is dat meekijken en bijsturen juist het waardevolle stuk.

Vaak wel, maar let op je opbouw. Bouw je belasting rustig en stapsgewijs op in plaats van in één keer terug naar je oude niveau te gaan. Twijfel je of je er klaar voor bent, overleg dan eerst met je fysiotherapeut. Die kan inschatten waar je staat.

Er is geen vast getal dat voor iedereen klopt, maar de rode draad is: geleidelijk en in kleine stapjes. Grote sprongen in je trainingsbelasting hangen samen met een hoger risico op een nieuwe klacht. Liever elke week een beetje meer dan in één keer veel.

Niet helemaal. Pijnvrij zijn en volledig belastbaar zijn is niet hetzelfde. Herstellend weefsel heeft weken tot maanden nodig om weer stevig te worden, ook als de pijn allang weg is. Daarom kun je je goed voelen en toch nog niet zoveel aankunnen als vroeger.

Nee. In de eerste weken na een blessure heeft begeleiding duidelijke voordelen, omdat iemand je opbouw doseert en je techniek in de gaten houdt. Ben je eenmaal goed hersteld en weet je hoe je rustig opbouwt, dan is zelfstandig doortrainen prima en juist de bedoeling.

Bronnen

[1] Andrade R, Wik EH, Rebelo-Marques A, Blanch P, Whiteley R, Espregueira-Mendes J, Gabbett TJ. Is the Acute: Chronic Workload Ratio (ACWR) Associated with Risk of Time-Loss Injury in Professional Team Sports? A Systematic Review of Methodology, Variables and Injury Risk in Practical Situations. Sports Med. 2020;50(9):1613-1635. Via: doi.org/10.1007/s40279-020-01308-6

[2] Feger MA, Herb CC, Fraser JJ, Glaviano N, Hertel J. Supervised rehabilitation versus home exercise in the treatment of acute ankle sprains: a systematic review. Clin Sports Med. 2015;34(2):329-346. Via: doi.org/10.1016/j.csm.2014.12.001

Over de auteur

Breid je kennis verder uit

Gerelateerde onderwerpen die je verder helpen.

Blijf op de hoogte met onze Vriendepost!

Tips bij blessures, inzichten uit de praktijk en updates over events. Schrijf je in en word onderdeel van onze brede vriendenkring. Zo blijf je op de hoogte én werk je stap voor stap aan een fitter en sterker lichaam.

Vriendenpost