Hoe voorkom je blessures tijdens het hardlopen?
423 x bekeken
Geschreven door Fysiovriend:
Het is een sport die gemakkelijk te beoefenen is, je trekt je loopschoenen aan en bent klaar om te gaan.

Mag ik sporten met een blessure? Je hebt een blessure, en toch kriebelt het: je wilt bewegen, je mist je sport, of je bent bang dat je alle opbouw kwijtraakt als je nu stilzit. Tegelijk hoor je een stemmetje: straks maak ik het erger. Herkenbaar?
De goede-oudetijd-regel “rust tot het over is” klopt vaker niet dan wel. Bij veruit de meeste blessures is stilzitten niet het beste antwoord. Bewegen mag, en pijn tijdens het sporten hoeft geen reden te zijn om te stoppen. De kunst zit in hóéveel, en in het luisteren naar de juiste signalen.
In deze blog leggen we uit of je rust moet nemen of juist moet bewegen, hoeveel pijn nog acceptabel is tijdens en na het sporten, wanneer je wél moet stoppen, wat je kunt blijven doen als je eigen sport even niet gaat, en wanneer je er hulp bij haalt.
Bij Fysiofitness train je onder begeleiding van een fysiotherapeut, precies binnen jouw grenzen. Zo bouw je veilig op zonder je blessure te overbelasten.
Vroeger was het advies simpel: heb je een blessure, neem dan rust tot de pijn weg is. Dat idee zit er bij veel mensen nog diep in. Het klopt alleen bijna nooit.
Je lichaam is namelijk geen machine die kapotgaat van gebruik. Het past zich juist aan aan wat je ervan vraagt. Dat noemen we belastbaarheid: hoeveel je weefsel aankan. Ga je volledig stilliggen, dan daalt die belastbaarheid snel. Spieren worden zwakker, pezen minder stevig, je conditie zakt. Als je dan weer begint, is je lichaam mínder bestand tegen belasting dan ervoor. Zo houd je de klacht juist langer in stand.
Bewegen doet het omgekeerde. Een rustige, opbouwende belasting geeft je weefsel het signaal om sterker te worden. Bij overzichtsonderzoek naar bewegen bij pijn, met samen meer dan tweehonderdduizend mensen, verlaagt bewegen de pijn juist bij een breed scala aan klachten [1]. Bij verse blessures aan spieren, pezen of banden zien we hetzelfde: een actieve aanpak met licht en veilig belasten herstelt beter dan platliggen [2].
Dat betekent niet dat rust nooit nuttig is. Vlak na een acute blessure, denk aan een verzwikte enkel of een spierscheur, is een korte periode van beschermen verstandig. Maar dat is dagen, geen weken. Zodra het kan, is bewegen binnen je grenzen het betere medicijn.
Dit is de vraag die bijna iedereen heeft. Mag ik trainen met pijn? En zo ja: hoeveel?
Het korte antwoord: pijn tijdens het sporten is niet automatisch schadelijk. In onderzoek waarin oefeningen mét pijn werden vergeleken met pijnvrije oefeningen, deden mensen die door wat pijn heen bewogen het op de korte termijn zelfs iets béter, en zeker niet slechter [3]. Pijn is dus lang niet altijd een teken dat er iets kapotgaat. Vaak is het gewoon een gevoelig systeem dat weer opnieuw moet leren dat bewegen veilig is.
De praktische vuistregel die fysiotherapeuten hiervoor gebruiken heet het pijnmonitoring-model. Stel je een schaal voor van 0 (geen pijn) tot 10 (de ergste pijn die je je kunt voorstellen). De regel gaat zo:
Tijdens het sporten: pijn tot ongeveer een 5 op die schaal is acceptabel, zolang die pijn draaglijk is en niet gaandeweg oploopt.
Vlak na het sporten: de pijn mag wat nazeuren, maar hoort niet fors toe te nemen ten opzichte van tijdens de inspanning.
De volgende ochtend: dit is de belangrijkste check. De pijn hoort terug te zijn op je normale niveau van vóór het sporten. Is dat zo, dan zat je goed. Blijft de pijn dagen hangen of is hij duidelijk erger, dan was het te veel en bouw je de volgende keer af.
Deze aanpak is niet zomaar bedacht. In onderzoek bij mensen met een achillespeesblessure mochten sporters gewoon blijven hardlopen en springen, zolang ze binnen deze pijngrenzen bleven. Ze herstelden net zo goed als de groep die zes weken rust hield, zonder nadelige effecten [4]. Doorsporten met een blessure kán dus, mits je de grenzen bewaakt.
Niet alle pijn is onschuldig. Er zijn signalen waarbij je wél stopt of eerst hulp haalt. Zie ze als stoplichten.
Scherpe, plotselinge pijn. Een pijnscheut die er ineens inschiet, vaak op één punt, is een reden om te stoppen. Dat is iets anders dan de bekende, zeurende belastingspijn die je al kende.
Pijn die tijdens het sporten blijft oplopen. Zeurt het bij het begin een beetje en zakt het weg als je op gang komt? Meestal prima. Wordt het steeds erger naarmate je doorgaat? Dan is dat je teken om af te bouwen of te stoppen.
Pijn die de volgende dagen niet zakt. Als de klacht na een training dagenlang duidelijk erger blijft, was de belasting te hoog. Stop niet meteen helemaal, maar doe de volgende keer minder.
Duidelijke zwelling, een slotgevoel of wegzakken. Een gewricht dat opzet, op slot schiet of het ineens begeeft, hoort niet bij normale trainingsprikkels. Stop en laat ernaar kijken.
Tintelingen, een doof gevoel of uitstralende pijn. Klachten die naar een arm of been schieten of gevoelloos aanvoelen, kunnen met een zenuw te maken hebben. Ook dat is een reden om even te stoppen en advies te vragen. Bij uitstralende beenpijn lees je meer in onze blog over de oorzaak van beenpijn bij een hernia.
Een handig hulpmiddel bij pijn en zwelling vlak na een acute blessure is het “PEACE & LOVE”-principe. De kern: bescherm de eerste dagen, blijf optimistisch, en ga daarna actief herstellen met beweging in plaats van te blijven rusten [2].
Stel: je hardlooprondje zit er even niet in, of tennissen doet te veel pijn. Dan is de vraag niet “sporten of niet”, maar “wat kan ik in de tussentijd wél”.
Bijna altijd is er een variant die geen of veel minder pijn geeft. Een paar richtingen:
Belast een ander lichaamsdeel. Met een enkelblessure kun je vaak nog prima je bovenlichaam trainen. Met een schouderklacht kun je meestal nog wandelen of fietsen. Zo houd je je conditie en gewoonte vast.
Kies een mildere vorm van dezelfde beweging. Doet hardlopen pijn, dan gaat stevig wandelen, fietsen of zwemmen vaak nog wel. Je blijft in beweging zonder de pijnlijke piekbelasting.
Verlaag de intensiteit, niet meteen alles. Vaak hoef je niet te stoppen, maar alleen een tandje terug: minder ver, minder zwaar, minder vaak. Blijf net onder je pijngrens.
Werk aan kracht en stabiliteit. Een blessureperiode is een goed moment om gericht te werken aan de spieren rond het gevoelige gebied. Dat maakt je op termijn juist stérker en minder blessuregevoelig. Vind je het lastig om zelf je grens in te schatten, dan is Fysiofitness een uitkomst: je traint dan onder begeleiding van een fysiotherapeut, die de belasting op jouw blessure afstemt.
In onze praktijk in Eindhoven zien we het bijna dagelijks: mensen die dachten dat ze wekenlang niets konden, blijken met een paar aanpassingen prima door te kunnen bewegen. Dat scheelt niet alleen conditie, maar ook een hoop frustratie.
Veel milde klachten trekken vanzelf weg als je verstandig blijft bewegen. Maar soms is het slim om er eerder iemand naar te laten kijken, ook al voel je je nog geen “echte patiënt”.
Haal hulp als de klacht na twee tot drie weken verstandig aanpassen niet minder wordt, of juist toeneemt. Ook als je niet goed weet wat je nog wél mag doen, of als de angst om te bewegen je tegenhoudt, is een fysiotherapeut precies de juiste persoon. We helpen je uitzoeken waar jouw grens ligt en hoe je veilig weer opbouwt.
Bij de eerder genoemde stoplichten, zoals een gewricht dat op slot schiet, fors opzet of wegzakt, of bij hevige pijn na een val of botsing, wacht je niet af. Neem dan contact op met je huisarts of fysiotherapeut.
Een paar bevindingen uit het onderzoek [1,3,4]:
Sporten met een blessure hoeft geen alles-of-niets-keuze te zijn. Bij de meeste klachten is volledig stilzitten niet het beste antwoord. Bewegen binnen je grenzen wél. Pijn tot ongeveer een 5, die de volgende ochtend weer weg is, is meestal acceptabel. Loopt de pijn op, blijft hij dagen hangen, of komt er een scherp of alarmerend signaal bij, dan bouw je af of stop je.
En als je even niet weet waar jouw grens ligt: dat is precies waar wij voor zijn. Soms heb je gewoon iemand nodig die met je meekijkt en samen met je een plan maakt dat bij jouw blessure en jouw sport past. Bij Fysiofitness train je onder begeleiding van een fysiotherapeut, precies binnen je pijngrens. Zo blijf je in beweging én bouw je veilig weer op.
Dit is een blog ter informatie en vervangt geen persoonlijk advies. Twijfel je over jouw blessure of neemt de pijn toe, overleg dan met je fysiotherapeut of huisarts.
Bij Fysiofitness train je onder begeleiding van een fysiotherapeut, op jouw tempo en binnen jouw grenzen. Ontdek wat het voor je kan doen.
Meestal wel. Pijn tijdens het sporten is niet automatisch schadelijk. Als vuistregel geldt: pijn tot ongeveer een 5 op een schaal van 0 tot 10 is acceptabel, zolang die niet oploopt tijdens het sporten en de volgende ochtend weer op je normale niveau zit. Wordt de pijn scherp, blijft hij dagen hangen of neemt hij duidelijk toe, dan bouw je af.
Bij de meeste blessures is bewegen beter dan volledig stilzitten. Volledige rust maakt je weefsel juist zwakker, waardoor de klacht langer aanhoudt. Vlak na een acute blessure, zoals een verzwikte enkel, is een korte periode van beschermen verstandig. Maar dat is dagen, geen weken. Daarna is opbouwend bewegen binnen je pijngrens het betere herstel.
De belangrijkste check is de volgende ochtend. Is de pijn terug op je normale niveau, dan zat je goed. Blijft hij dagen duidelijk erger, dan was de belasting te hoog en doe je de volgende keer minder. Scherpe pijn, zwelling, een slotgevoel of tintelingen zijn signalen om te stoppen en advies te vragen.
Bijna altijd is er een variant die minder pijn geeft. Belast een ander lichaamsdeel, kies een mildere beweging (wandelen of fietsen in plaats van hardlopen), of verlaag de intensiteit. Zo houd je je conditie en je gewoonte vast, terwijl het gevoelige gebied rustig herstelt.
Als de klacht na twee tot drie weken verstandig aanpassen niet minder wordt of juist toeneemt, als je niet weet wat je nog wél mag doen, of als angst om te bewegen je tegenhoudt. Bij een gewricht dat op slot schiet, fors opzet of wegzakt, of bij hevige pijn na een val, wacht je niet af en neem je meteen contact op.
[1] Belavý DL, Van Oosterwijck J, Clarkson M, Dhondt E, Mundell NL, Miller CT, et al. The effect of exercise on clinical pain: a systematic umbrella review and meta-meta-analysis. Pain Rep. 2025. Via PubMed: doi.org/10.1097/PR9.0000000000001455
[2] Dubois B, Esculier J-F. Soft-tissue injuries simply need PEACE and LOVE. Br J Sports Med. 2020;54(2):72-73. Via de uitgever: doi.org/10.1136/bjsports-2019-101253
[3] Smith BE, Hendrick P, Smith TO, Bateman M, Moffatt F, Rathleff MS, et al. Should exercises be painful in the management of chronic musculoskeletal pain? A systematic review and meta-analysis. Br J Sports Med. 2017;51(23):1679-1687. Via PubMed: doi.org/10.1136/bjsports-2016-097383
[4] Silbernagel KG, Thomeé R, Eriksson BI, Karlsson J. Continued sports activity, using a pain-monitoring model, during rehabilitation in patients with Achilles tendinopathy: a randomized controlled study. Am J Sports Med. 2007;35(6):897-906. Via PubMed: doi.org/10.1177/0363546506298279
Tips bij blessures, inzichten uit de praktijk en updates over events. Schrijf je in en word onderdeel van onze brede vriendenkring. Zo blijf je op de hoogte én werk je stap voor stap aan een fitter en sterker lichaam.