Fysiotherapie
Fysiotherapie helpt je klachten begrijpen en gericht aanpakken. We kijken samen naar de oorzaak en begeleiden je stap voor stap. Zo werk je aan herstel dat bij jou past.

Je gaat zitten en het schiet onderin je rug, precies op het puntje boven je bilnaad. Opstaan uit je bureaustoel is nog erger, en op de bank zit je inmiddels schuin op één bil. Veel mensen met stuitpijn denken dat hun stuitje gebroken is, of dat er toch niets aan te doen is. Allebei klopt meestal niet.
Op deze pagina lees je wat stuitpijn, in vaktaal coccygodynie, precies is en waarom je het ook zonder val kunt krijgen. Je leest wat je vandaag al kunt doen om weer rustiger te zitten, en hoe wij je daarbij helpen.
Je stuitje is het kleine, driehoekige botje helemaal onderaan je wervelkolom. Het bestaat meestal uit twee tot vijf kleine botjes, die voor een deel aan elkaar vastgegroeid zijn. Via kleine gewrichtjes zit het vast aan je heiligbeen. Aan je stuitje hechten spieren, banden en een deel van je bekkenbodem. Als je zit, vormt het samen met je twee zitbeenknobbels een soort driepoot waar je gewicht op rust [1]. Daarom merk je stuitpijn vooral op een stoel.
In vaktaal heet stuitpijn coccygodynie. Dat klinkt als een ingewikkelde diagnose, maar het woord betekent letterlijk niet meer dan pijn aan het stuitje. De naam zegt dus wáár het pijn doet, niet wáárom. Bij de ene persoon is het weefsel rond het stuitje gekneusd na een val. Bij de ander beweegt het stuitje tijdens het zitten meer of juist minder dan normaal, of zijn de spieren eromheen overprikkeld [1]. Een gebroken stuitje is juist zeldzaam. Ook Thuisarts legt uit dat je bij een kneuzing en een breuk dezelfde adviezen volgt, dus het verschil hoef je niet te weten.
Zit je pijn niet precies op het stuitje, maar meer opzij, diep in je bil of hoger in je rug? Dan speelt er misschien een andere bekkenklacht mee.
Stuitpijn laat zich vooral zien als je zit. Op een harde stoel of als je achterover leunt op de bank is de pijn het felst, terwijl naar voren leunen of op één bil zitten wat lucht geeft [1]. Het pijnlijkste moment is voor veel mensen het opstaan: die ene seconde van zitten naar staan. Wandelen en liggen gaan meestal juist prima. Klinkt tegenstrijdig voor een klacht onderin je rug, we weten het.
Ook dingen waar je normaal niet bij stilstaat, kunnen ineens pijn doen. Denk aan fietsen op een smal zadel, een lange autorit of naar de wc gaan. Sommige mensen hebben ook last tijdens het vrijen [1]. Het is een klacht waar je niet graag over praat, en juist daarom lopen veel mensen er lang mee rond. Herken je dit? Dan zijn dit vaak de signalen:
Wij kijken naar stuitpijn met het denkraam belasting versus belastbaarheid, maar dan heel concreet. De belasting is de druk op je stuitje, vooral tijdens het zitten. De belastbaarheid is hoeveel druk het weefsel rond je stuitje op dit moment aankan. Zolang de druk groter is dan wat je stuitje kan hebben, blijft het pijn doen. Die balans kan op drie manieren scheef raken.
De eerste is een val. Je glijdt uit op het ijs, mist een traptrede of iemand trekt grappig bedoeld je stoel weg. Na zo’n val zit er vaak tijd tussen de klap en het moment dat de pijn echt gaat opspelen [1]. De tweede is een bevalling: je kindje drukt tijdens de geboorte tegen je stuitje, waardoor het kan buigen en de banden eromheen uitrekken. Ook tijdens de zwangerschap worden de banden rond je bekken al soepeler. De derde is druk die zich opstapelt: lange dagen onderuitgezakt achter je laptop, veel kilometers op de racefiets of vaak paardrijden [2].
Ook je gewicht speelt mee, en dat in twee richtingen. Een hoger gewicht hangt samen met ongeveer drie keer zoveel kans op stuitpijn [3]. Maar ook fors afvallen kan stuitpijn uitlokken, omdat er dan minder vet is dat de druk opvangt [1]. Denk je bij stuitpijn vooral aan iemand die hard op zijn billen is gevallen? Dat klopt maar voor een deel. In een Noorse ziekenhuisgroep van 241 mensen met langdurige stuitpijn noemde ongeveer 4 op de 10 geen val als oorzaak. Bij hen ging het om een bevalling, fors afvallen of helemaal geen aanwijsbare reden. De gemiddelde leeftijd was 40 jaar en ruim 8 op de 10 was vrouw [4].
Een paar feiten die laten zien hoe stuitpijn in elkaar zit [1-4]:
Eerst het goede nieuws: bij de meeste mensen zakt stuitpijn binnen een paar weken tot maanden weer weg, met of zonder behandeling [3]. Zeker als je op tijd anders gaat zitten en in beweging blijft, is de kans groot dat je er na een tijdje nauwelijks meer aan denkt.
Nu het minder leuke deel. Stuitpijn gunt je weinig rust, omdat je gewoon elke dag zit: aan tafel, in de auto, op je werk. Een verstuikte enkel kun je even ontzien, je stuitje veel minder. Daardoor kan de pijn blijven hangen, en bij een deel van de mensen wordt stuitpijn langdurig en taai [1]. Sorry, dit is de vervelende waarheid: afwachten werkt vaak, maar niet altijd. In een Noors onderzoek naar injecties deden mensen die korter dan een jaar klachten hadden het duidelijk beter dan mensen die er al langer mee rondliepen [4]. Op tijd aan de slag gaan loont dus.
Een paar signalen horen niet bij gewone stuitpijn. Bel direct je huisarts als je na een val minder gevoel of tintelingen in je benen krijgt, je benen minder goed kunt bewegen, je plas of ontlasting niet goed meer kunt ophouden of er bloed uit je anus komt. Maak ook een afspraak bij je huisarts bij pijn die ’s nachts doorgaat, een zwelling bij je stuitje of pijn waar je geen enkele verklaring voor hebt. Dan is het verstandig om zeldzame oorzaken eerst uit te sluiten [1].
Toch zijn er momenten waarop wachten geen zin meer heeft en je beter kunt langskomen:
We zoeken samen uit waar de druk op je stuitje vandaan komt, en maken een plan dat past bij jouw werkdag, je gezin en je sport.
Plan eenvoudig online een afspraak op een moment dat jou uitkomt.
De belangrijkste stap is de druk op je stuitje slim verdelen, zonder te stoppen met zitten. Ga rechtop of een tikje naar voren zitten, zodat je gewicht op je zitbeenknobbels rust en niet op je stuitje. Onderuitgezakt zitten is juist de houding waarin je stuitje het meest te verduren krijgt. Een wigkussen dat aan de voorkant lager is, of een kussen met een uitsparing achterin, helpt veel mensen. Sta daarnaast elk kwartier tot half uur even op. Hoe je lange zitdagen verder doorbreekt, lees je in onze blog over langdurig zitten.
Maak het opstaan makkelijker door eerst naar het puntje van je stoel te schuiven en je handen op de leuning of je bovenbenen te zetten. Blijf daarnaast in beweging. Wandelen, zwemmen of rustig hardlopen gaat bij stuitpijn meestal prima, omdat je stuitje daarbij niet belast wordt [1]. Rekken van je bilspieren en heupbuigers kan helpen: in een kleine studie konden mensen daarna merkbaar langer zonder pijn zitten [2]. Het bewijs is dun, maar de oefeningen zijn veilig en kosten weinig. Ja, echt: met bewegen maak je niets stuk.
Let ook op wat er op de wc gebeurt. Veel mensen met stuitpijn spannen hun bekkenbodem onbewust aan, en persen maakt de pijn erger. Zorg voor zachte ontlasting met genoeg water en vezels, en zet eventueel een krukje onder je voeten, zodat je knieën iets hoger staan dan je heupen. Zo kan je bekkenbodem beter ontspannen.
Ben je net gevallen? Koel de plek dan direct een kwartier, en herhaal dat zo vaak als het helpt. Daarna, of bij stuitpijn zonder val, voelt warmte vaak prettiger. Pijnstillers kunnen je helpen om in beweging te blijven. Ontstekingsremmers zoals ibuprofen gebruik je het liefst zo kort en zo laag mogelijk [1]. Een injectie is trouwens geen snelle uitweg: in een groot Noors onderzoek was maar een klein deel van de mensen er op lange termijn echt mee geholpen [4].
Tot slot: slecht slapen en stress maken je pijnsysteem gevoeliger, en dat merk je extra bij een klacht die je de hele dag voelt. Goede slaap en herstel geven je lichaam meer ruimte. In onze blog waarom heb ik meer pijn als ik gestrest ben? lees je hoe spanning en pijn elkaar versterken.
We beginnen met je verhaal. Hoe is het begonnen: na een val, een bevalling, flink afvallen of zonder duidelijke aanleiding? Wanneer doet het pijn, en hoe ziet je dag eruit: hoeveel uur zit je, op wat voor stoel, en fiets of sport je veel? Daarna kijken we hoe je zit en opstaat, en waar de pijn precies zit. Zit hij echt op het puntje van je stuitje, of meer opzij bij je heiligbeen, in je bil of hoger in je rug? Dat verschil bepaalt het plan. We letten ook op signalen die bij de huisarts horen.
Met gerichte fysiotherapie maken we je zitdag eerst lichter: een andere zithouding, het juiste kussen, vaker opstaan en een slimmere manier van opstaan. Daarna bouwen we je zittijd stap voor stap weer op. Je krijgt oefeningen om je heupen en bilspieren soepel en sterk te maken, en om je bekkenbodem te leren ontspannen. Het doel is niet dat je voortaan zo min mogelijk zit, maar dat je stuitje weer een gewone zitdag aankan.
Waar het helpt, zetten we manuele therapie in, bijvoorbeeld zachte mobilisaties rond je heiligbeen en behandeling van de gespannen spieren eromheen. In onderzoek geven handgrepen en rekoefeningen vooral op korte termijn verlichting, en het meest bij klachten die nog niet zo lang bestaan [2,3]. We zien ze daarom als opstap naar zelf bewegen, niet als eindstation. Denken we dat je bekkenbodem een grote rol speelt, dan overleggen we of een gespecialiseerde bekkenfysiotherapeut je verder kan helpen.
Wat als het langer duurt? Blijft de pijn ondanks een paar weken goede begeleiding hangen, dan overleggen we met je huisarts. Soms is een speciale röntgenfoto zinvol, waarbij je stuitje staand en zittend wordt vergeleken, of een injectie via een specialist [1]. Een operatie waarbij het stuitje wordt verwijderd, is echt een laatste stap voor een kleine groep. En is je pijnsysteem door de lange duur gevoeliger geworden, dan pakken we dat aan zoals bij aanhoudende pijn: stap voor stap, in een tempo dat je volhoudt.
Meestal weken, soms maanden. Bij veel mensen zakt de pijn binnen een paar weken weg, zeker als je de druk op je stuitje vermindert en blijft bewegen [3]. Duurt het langer dan een paar maanden, dan wordt het taaier en helpt afwachten alleen vaak niet meer [1]. Hoe eerder je gericht aan de slag gaat, hoe groter je kans op een vlot herstel [4].
Het zit hem vooral in de plek. Echte stuitpijn zit precies op het puntje onderaan je wervelkolom, in het midden, en speelt vooral op bij zitten en opstaan [1]. Pijn van het SI-gewricht zit meer opzij, rond de kuiltjes onderin je rug, en gaat vaak mee met lopen, traplopen of draaien in bed. Pijn diep in je bil die naar je been kan uitstralen, past eerder bij een geprikkelde bilspier. Straalt je pijn uit, dan kijken we altijd breder dan alleen je stuitje [1].
Meestal wel, met een paar aanpassingen. Wandelen, zwemmen en hardlopen gaan vaak prima, omdat je stuitje daarbij niet belast wordt [1]. Fietsen is lastiger. Een zadel met een uitsparing, een iets rechtere zithouding of af en toe op de pedalen staan kan het verschil maken. Merk je dat de pijn na het fietsen de rest van de dag blijft hangen, kies dan een tijdje voor kortere ritten.
Kortdurend ja, als oplossing op zich nee. Een wigkussen of een kussen met uitsparing haalt druk van je stuitje en maakt zitten draaglijker, maar het resultaat verschilt sterk per persoon [1]. Tape gaf in onderzoek vooral minder pijn op korte termijn, en werd daar steeds gecombineerd met oefeningen [2,3]. Zie ze daarom als steuntje in de rug, terwijl je zitdag stap voor stap weer normaal wordt.
Soms, maar minder vaak dan je zou hopen. In een Noorse groep van 241 mensen met langdurige stuitpijn was na één injectie ongeveer 1 op de 7 op lange termijn goed of veel beter. Na een tweede injectie was dat ongeveer 3 op de 10 [4]. Een operatie waarbij het stuitje wordt weggehaald, hielp in onderzoek bij 74 tot 87 procent van de mensen die al alles hadden geprobeerd. Maar wondinfecties komen bij 2 tot 11 procent voor, en de pijn verdwijnt niet direct na de ingreep [1]. Daarom beginnen wij altijd met de niet-ingrijpende weg.
Zelden, en om te beginnen is een foto meestal niet nodig. Bij een kneuzing en een breuk volg je dezelfde adviezen. Een MRI laat bij stuitpijn weinig zien, omdat je daarbij ligt en je stuitje niet belast wordt [1]. Blijft de pijn hangen, dan kan een speciale röntgenfoto zittend en staand laten zien of je stuitje afwijkend beweegt. Maar niet elk stuitje dat anders beweegt, doet ook pijn [1].
[1] Benditz A, Thoma R. Coccygodynia: Diagnosis and Treatment. Dtsch Arztebl Int. 2025;122(23):638-644. Via PubMed: doi.org/10.3238/arztebl.m2025.0154
[2] Blanco-Diaz M, Palacios LR, Martinez-Cerón MDR, Perez-Dominguez B, Diaz-Mohedo E. Physiotherapy approaches for coccydynia: evaluating effectiveness and clinical outcomes. BMC Musculoskelet Disord. 2025;26(1):514. Via PubMed: doi.org/10.1186/s12891-025-08744-3
[3] Sidiq M, Ravichandran H, Janakiraman B, Chahal A, Rai RH, Alotaibi AH, et al. Effectiveness of physical therapy interventions for coccydynia: a systematic review with a narrative synthesis. Arch Physiother. 2025;15(1):77-89. Via PubMed: doi.org/10.33393/aop.2025.3233
[4] Finsen V, Kalstad AM, Knobloch RG. Corticosteroid injection for coccydynia: a review of 241 patients. Bone Jt Open. 2020;1(11):709-714. Via PubMed: doi.org/10.1302/2633-1462.111.BJO-2020-0146
‘Complete zorg in hartje Stratum’




'Samen gezond in Blixembosch'




"Actief herstellen in Aalst-Waalre"




Je hoeft er niet langer mee rond te blijven lopen. Plan online een moment dat jou uitkomt, of bel ons even.
