Fysiotherapie
Fysiotherapie helpt je klachten begrijpen en gericht aanpakken. We kijken samen naar de oorzaak en begeleiden je stap voor stap. Zo werk je aan herstel dat bij jou past.

Eén misstap op een natte stoep, een gladde fietsenstalling of de onderste tree van de trap, en je hand schiet naar voren om je val op te vangen. Een tel later voel je het al: dit is geen gewone kneuzing. Een polsbreuk, of gebroken pols, is een van de meest voorkomende breuken die er zijn. Toch overvalt hij bijna iedereen. Je hoefde er niets geks voor te doen, want een gewone val was genoeg.
Na het gips begint voor veel mensen pas het echte werk. Je pols is stijf, je hand voelt zwak en simpele dingen zoals een pot pindakaas opendraaien gaan ineens stroef. Op deze pagina lees je wat een polsbreuk precies is, wat normaal is in de weken na het gips en wanneer het slim is om hulp te zoeken. En we zijn eerlijk over wat fysiotherapie wel en niet toevoegt.
Het woord polsbreuk klinkt alsof je polsgewricht zelf in stukken ligt. Meestal is dat niet zo. Bij de meeste volwassenen is het uiteinde van het spaakbeen gebroken, net boven het gewricht. Het spaakbeen is het onderarmbot aan de kant van je duim. Artsen noemen dit een distale radiusfractuur. Soms breekt in plaats daarvan een van de kleine handwortelbeentjes, zoals het scaphoid. Daarover lees je onderaan meer.
Land je op je gestrekte hand, dan komt de klap via je handpalm precies op dat uiteinde terecht. Hoe de breuk behandeld wordt, hangt af van hoe de botstukken staan. Een grote meerderheid geneest zonder operatie: in een Zweeds register van ruim 23.000 polsbreuken bij volwassenen werd bijna driekwart behandeld zonder operatie [1]. Wil je stap voor stap lezen hoe het onderzoek en de behandeling in het ziekenhuis verlopen? Dat vind je bij de uitleg over een gebroken pols op Thuisarts.
Er is nog een misverstand dat we graag rechtzetten. Een stijve, zwakke pols na het gips betekent niet dat er iets mis is gegaan. Het is het normale gevolg van weken stilstaan. Als het gips eraf mag, heeft je arts beoordeeld dat je bot stevig genoeg is om weer voorzichtig te gebruiken. Twijfel je of je klachten wel van de breuk komen, of speelt er misschien iets anders? Kijk dan ook eens bij de andere pols- en handklachten.
Direct na de val is het meestal duidelijk. Je pols doet flink pijn, wordt dik en soms blauw, en bewegen lukt nauwelijks. Soms staat je pols zichtbaar scheef. Dat is het moment voor de huisarts of de huisartsenpost, niet voor de fysiotherapeut.
De klachten waar mensen bij ons mee binnenkomen, horen meestal bij de fase daarna. Het gips is eraf en je had verwacht dat je gewoon verder kon. Maar je pols voelt vreemd, stijf en zwak. Je arm is dunner geworden en je vingers voelen dik. Klinkt raar, maar juist het moment dat het gips eraf gaat, voelt voor veel mensen als de grootste tegenvaller. Dit zijn de dingen die we het vaakst horen:
Bij veel klachten op onze site draait het om belasting en belastbaarheid: wat je van je lichaam vraagt, tegenover wat het aankan. Een polsbreuk ontstaat anders. Hier tellen twee dingen: de val zelf en hoe sterk je bot op dat moment is.
Bij een polsbreuk denken veel mensen aan een snowboarder die onderuitgaat of een tiener op de skatebaan. Die zijn er ook, vooral onder jongere mensen. Maar de meeste mensen met een polsbreuk zijn niet wie je denkt. In het Zweedse register ontstond driekwart van de breuken door een gewone val op gelijke hoogte, en maar één op de twintig door een harde klap. Een derde gebeurde gewoon thuis, en bijna acht op de tien breuken troffen vrouwen [1]. Denk aan de rand van een vloerkleed, een opstapje in de tuin of de eerste ijzige ochtend op de fiets naar je werk in Eindhoven. In de wintermaanden breken dan ook duidelijk meer mensen hun pols [1].
Dat vrouwen boven de 50 vaker hun pols breken, heeft te maken met botsterkte. Na de overgang wordt bot vaak minder stevig. Gaat dat ver, dan heet het botontkalking (osteoporose). Een polsbreuk kan daarvan het eerste signaal zijn. Een groot Amerikaans onderzoek volgde vrouwen van 50 tot 79 jaar. Wie haar pols brak, kreeg daarna vaker een nieuwe breuk op een andere plek en had ongeveer anderhalf keer zoveel kans op een heupbreuk [2]. Dat klinkt misschien zwaar, maar zie het vooral als een kans. Je krijgt een seintje op een moment dat je er nog veel aan kunt doen. Ben je 50 of ouder, dan hoort bij een polsbreuk meestal een onderzoek naar je botsterkte. Vraag ernaar als je er niets over gehoord hebt.
Een paar cijfers uit groot Zweeds, Amerikaans en Canadees onderzoek die laten zien hoe een polsbreuk in elkaar zit [1,2,3]:
Sorry, dit is de vervelende waarheid: een polsbreuk is niet klaar als het gips eraf is. Het gips of de brace zit er meestal een paar weken om, en daarna begint het herstel van al het andere. In een Canadees onderzoek werden 129 mensen een jaar lang gevolgd na hun polsbreuk. In de eerste drie maanden ging het snel beter, daarna rustiger. Tegen een half jaar was het grootste deel van het herstel gedaan. Na een jaar had ongeveer acht op de tien mensen weinig of geen pijn en beperkingen meer, maar een kleine groep had nog altijd last. Iets zwaars dragen en steunen op je hand bleven het langst lastig, en werk en sport kwamen later op gang dan zelfzorg en huishouden [3].
Waarom duurt dat zo lang? Omdat je pols weken heeft stilgestaan. Je spieren zijn dunner geworden, het gewricht is stijf en je pezen en bindweefsel zijn niets meer gewend. Hier komt belasting en belastbaarheid wél terug: je pols kan tijdelijk minder hebben, en die belastbaarheid bouw je stap voor stap weer op. Of je gips had of een operatie, maakt voor je herstel vaak minder uit dan mensen denken, zeker als je wat ouder bent. In een overzicht van 23 studies was er bij 60-plussers in het eerste jaar geen duidelijk verschil in hoe goed ze hun arm konden gebruiken. Complicaties kwamen in die groep na een operatie juist vaker voor. In studies met ook jongere volwassenen scoorde de operatie wel wat beter [4].
De meeste mensen komen met goede uitleg en een paar oefeningen thuis prima vooruit. Toch zijn er momenten waarop wachten geen zin meer heeft en je beter kunt langskomen:
We kijken samen hoe ver je pols al is, wat hij nu aankan en welke stap je vandaag kunt zetten. Zo bouw je op in een tempo dat bij jouw dag past, van het koffiekopje tot de boodschappentas.
Plan online een afspraak op een van onze locaties. Twijfel je of je het wel nodig hebt? Dan zoeken we dat eerst samen uit.
Het meeste werk voor een polsbreuk doe je zelf, en dat begint al zolang je gips hebt. Beweeg alles wat je mag bewegen: je vingers, je duim, je elleboog en je schouder. Maak een paar keer per dag een vuist en spreid je vingers weer, en til je arm af en toe boven je hoofd. Houd je hand zoveel mogelijk hoger dan je elleboog, bijvoorbeeld op een kussen als je op de bank zit. Zo blijft de zwelling beperkt en worden je vingers en schouder niet stijf.
Is het gips eraf, dan is bewegen je beste medicijn. Liever tien keer per dag een paar minuten dan één keer per dag een half uur. Gebruik je gewone bezigheden als oefening: de tafel afnemen, afwassen in warm water, je handpalm omdraaien om de post aan te pakken. Een beetje trekken of zeuren tijdens het bewegen mag. Wordt de pijn de volgende dag steeds erger, doe dan een stapje terug, maar stop niet helemaal. Dat is belasting slim aanpassen: niet stilzetten en niet doordrukken.
Kracht komt daarna. Begin met knijpen in een zachte bal of een opgerold washandje, en bouw op naar tillen en steunen. Steunen en zwaar dragen komen vaak als laatste terug [3]. Een brace of polsbandje kan in het begin prettig voelen, maar gebruik hem niet langer dan nodig. Een pols die steeds ondersteund wordt, leert niet zelf weer sterk te worden. Pijnstillers zoals paracetamol kunnen je helpen om in de eerste weken beter te bewegen. Overleg bij twijfel even met je huisarts of apotheek.
Herstel gebeurt niet alleen in je pols. Slecht slapen maakt je gevoeliger voor pijn, en voldoende slaap en herstel geven je lichaam de ruimte om zich aan te passen. Ook spanning speelt mee: stress vertraagt herstel. En omdat het oefenen weken duurt, helpt het om er een vaste gewoonte van te maken. Hoe je dat volhouden slim aanpakt, lees je in onze blog.
We beginnen met je verhaal. Hoe ben je gevallen, had je gips of een operatie, en wat heeft je arts gezegd over de breuk? Vooral willen we weten wat je weer wilt kunnen: je kleinkind optillen, weer op de racefiets, typen zonder zeurende pols of gewoon je jas dichtknopen. Daarna meten we hoe ver je pols buigt, strekt en draait, hoe sterk je knijpkracht is en hoe het met je vingers, elleboog en schouder gaat. We letten ook op signalen die om een arts vragen, zoals aanhoudende tintelingen of een hand die dik en verkleurd blijft.
Het plan is meestal eenvoudiger dan mensen verwachten. Met fysiotherapie bouwen we je pols gedoseerd op: eerst bewegen, dan kracht, en daarna steunen, tillen en draaien onder belasting. Het thuisprogramma is de kern, en de behandelingen zijn er om bij te sturen. Eerlijk is eerlijk: ook Thuisarts schrijft dat de meeste mensen na een gebroken pols geen fysiotherapie nodig hebben. Loopt je herstel goed, dan zien we je dus liever een paar keer met een stevig thuisprogramma dan elke week voor iets wat je zelf kunt. Ben je geopereerd, dan volgen we de afspraken van je chirurg en begeleiden we je via revalidatie na een operatie.
Soms is er meer nodig. Blijft je pols ondanks het oefenen stijf, dan kan manuele therapie helpen om het gewricht weer ruimte te geven, altijd als aanvulling op het oefenen. Wil je terug naar een sport die veel van je pols vraagt, zoals turnen, padel of mountainbiken? Dan werken we met sportfysiotherapie toe naar weer volop steunen, slaan en vallen. En brak je je pols bij een val en ben je 50 of ouder, dan kijken we ook naar je benen. Er zijn aanwijzingen dat mensen in die groep gemiddeld wat minder beenkracht en balans hebben dan leeftijdsgenoten, al is dat bewijs nog wisselend [5]. Bij De Fitnessvrienden kun je daar onder begeleiding aan blijven werken, ook als je pols allang weer goed is.
En wat als het langer duurt? Heb je na een paar maanden nog veel pijn of blijft je pols erg stijf? Of komen er klachten bij, zoals pijn aan de pinkkant, klikken of tintelingen? Dan kijken we opnieuw of er iets anders speelt. We overleggen dan met je huisarts of behandelend arts. Soms is een verwijzing naar een gespecialiseerde handtherapeut of terug naar de specialist de beste volgende stap. Dat zeggen we je dan ook gewoon.
Langer dan het gips, dat is het eerlijke antwoord. Het gips zit er meestal een paar weken om, maar het herstel van beweeglijkheid en kracht loopt daarna nog maanden door. In onderzoek zat het grootste deel van het herstel er na een half jaar op. Na een jaar had ongeveer acht op de tien mensen weinig of geen klachten meer [3]. Wat helpt: elke dag bewegen en stap voor stap opbouwen.
Ja, bijna altijd. Na weken stilstaan zijn je gewricht, spieren en pezen niets meer gewend. Dat zegt niets over hoe goed je breuk genezen is. De stijfheid neemt meestal in de eerste weken tot maanden flink af, zolang je je pols veel en in kleine stukjes gebruikt.
Lang niet altijd. Veel mensen komen met goede uitleg en een thuisprogramma prima vooruit. Fysiotherapie is vooral zinvol als je vooruitgang stokt, je vingers stijf blijven of je je hand niet durft te gebruiken. Ook als werk of sport veel van je pols vraagt, helpt begeleiding. Ben je geopereerd, volg dan eerst de adviezen van je chirurg.
Dat hangt vooral af van de breuk en je leeftijd, en die keuze maak je samen met je arts. In een overzicht van 23 studies scoorde een operatie bij jongere volwassenen wat beter op armfunctie. Bij 60-plussers was er in het eerste jaar geen duidelijk verschil, terwijl er na een operatie vaker complicaties waren [4]. Gips is dus zeker geen tweede keus.
Andere plek, andere behandeling. Bij de meeste polsbreuken is het uiteinde van je spaakbeen gebroken. Het scheepsbotje is een klein handwortelbeentje aan de duimkant van je pols. Welke behandeling je dan krijgt, hangt af van waar het botje gebroken is: soms is gips genoeg, soms is een operatie nodig. Houd je na een val op je hand pijn aan de duimkant van je pols, laat er dan naar kijken.
Beweeg alles wat vrij is: vingers, duim, elleboog en schouder, meerdere keren per dag. Houd je hand zoveel mogelijk hoger dan je elleboog, dat helpt tegen de zwelling. Sport niet, doe geen zwaar werk en zorg dat het gips niet nat wordt. Bel het ziekenhuis of de huisartsenpost als je pols meer pijn gaat doen, of als je vingers gaan tintelen, dik worden of blauw of wit kleuren.
[1] Rundgren J, Bojan A, Mellstrand Navarro C, Enocson A. Epidemiology, classification, treatment and mortality of distal radius fractures in adults: an observational study of 23,394 fractures from the national Swedish fracture register. BMC Musculoskelet Disord. 2020;21(1):88. Via PubMed: doi.org/10.1186/s12891-020-3097-8
[2] Crandall CJ, Hovey KM, Cauley JA, Andrews CA, Curtis JR, Wactawski-Wende J, et al. Wrist Fracture and Risk of Subsequent Fracture: Findings from the Women’s Health Initiative Study. J Bone Miner Res. 2015;30(11):2086-95. Via PubMed: doi.org/10.1002/jbmr.2559
[3] MacDermid JC, Roth JH, Richards RS. Pain and disability reported in the year following a distal radius fracture: a cohort study. BMC Musculoskelet Disord. 2003;4:24. Via PubMed: doi.org/10.1186/1471-2474-4-24
[4] Ochen Y, Peek J, van der Velde D, Beeres FJP, van Heijl M, Groenwold RHH, et al. Operative vs Nonoperative Treatment of Distal Radius Fractures in Adults: A Systematic Review and Meta-analysis. JAMA Netw Open. 2020;3(4):e203497. Via PubMed: doi.org/10.1001/jamanetworkopen.2020.3497
[5] Forde C, Nicolson PJ, Vye C, Pun JC, Sheehan W, Costa ML, et al. Lower limb muscle strength and balance in older adults with a distal radius fracture: a systematic review. BMC Musculoskelet Disord. 2023;24(1):741. Via PubMed: doi.org/10.1186/s12891-023-06711-4
‘Complete zorg in hartje Stratum’




'Samen gezond in Blixembosch'




"Actief herstellen in Aalst-Waalre"




Je hoeft er niet langer mee rond te blijven lopen. Plan online een moment dat jou uitkomt, of bel ons even.
