Fysiotherapie
Fysiotherapie helpt je klachten begrijpen en gericht aanpakken. We kijken samen naar de oorzaak en begeleiden je stap voor stap. Zo werk je aan herstel dat bij jou past.

Je zet een sprintje in, draait je om bij het voetballen, of tilt gewoon de boodschappen uit de kofferbak. En dan die scherpe of zeurende pijn aan de binnenkant van je lies. Je hoeft geen profvoetballer te zijn om dit te herkennen. Liesklachten treffen ook de recreatieve sporter, de hardloper, de vaste bezoeker van de sportschool en soms iemand die weinig sport maar veel draait en tilt op zijn werk.
De meeste mensen denken bij liespijn meteen aan een liesbreuk of aan “iets kapots”. In verreweg de meeste gevallen is het geen van beide. Vaak gaat het om overbelasting van de aanhechtingsspieren aan de binnenkant, de adductoren. Op deze pagina leggen we uit wat een liesblessure precies is, hoe hij ontstaat, hoe lang herstel duurt en wat jij er zelf aan kunt doen.
Een liesblessure is meestal een overbelasting van de spieren en pezen aan de binnenkant van je bovenbeen, de adductoren. Internationale afspraken over liesklachten delen ze in naar de plek waar ze vandaan komen, en de adductoren zijn daarbij verreweg de meest voorkomende bron [4]. Die spieren hechten vast aan je schaambeen en trekken je been naar binnen. Ze stabiliseren je bekken bij elke stap, elke draai en elke trap. Precies daarom krijgen ze veel te verduren zodra je snel van richting verandert of hard afzet.
Het woord “blessure” laat je misschien aan een scheur of aan schade denken. Meestal klopt dat beeld niet. Bij de geleidelijke variant gaat het om een pees die overbelast is geraakt, niet om iets wat afgescheurd of versleten is. Dat verschil is belangrijk, want een overbelaste pees kun je juist met de goede opbouw weer sterker maken. De liesstreek zit anatomisch ingewikkeld in elkaar: buik, heup, onderrug en de adductoren komen er samen. Daarom is liespijn soms lastig te plaatsen, en speelt er soms een andere liesklacht mee dan je denkt.
Een deel van de mensen met liespijn heeft geen spierklacht maar een liesbreuk, waarbij een stukje weefsel door een zwakke plek in de buikwand duwt. Dat voelt anders, geeft vaak een bult en vraagt een ander traject. Betrouwbare uitleg daarover vind je op Thuisarts.nl. Bij twijfel sluiten we dat samen met jou en zo nodig de huisarts eerst uit. Een liesblessure kan acuut ontstaan bij één plotse beweging, maar ontstaat vaker geleidelijk door te veel belasting over langere tijd.
Vaak begint het klein. Een beetje stijf of gevoelig aan de binnenkant van de lies bij het opstarten van je training, en na afloop weer wat erger. Je speelt of sport door, want het valt best mee. En dan wordt het langzaam vervelender: het afzetten doet zeer, een sprintje durf je niet meer voluit, en zelfs uit de auto stappen of je sok aantrekken kan gevoelig zijn.
Sorry, dit is de vervelende waarheid: liesklachten die je negeert, worden zelden vanzelf beter. Ze zeuren juist vaak door omdat je de lies bij bijna elke beweging gebruikt. Hieronder staan de klachten die mensen met een liesblessure het vaakst herkennen.
De kern is bijna altijd een verschil tussen belasting en belastbaarheid. Je adductoren kunnen een bepaalde hoeveelheid werk aan, en zodra je daar structureel overheen gaat, gaan ze protesteren. Dat kan acuut, bij één verkeerde uitschieter of sprint. Vaker gaat het geleidelijk: je traint een tandje bij, speelt twee wedstrijden in een week, of pakt na een rustige periode ineens je oude schema weer op. De lies krijgt dan te veel te verwerken en te weinig tijd om sterker te worden.
En hier komt de verrassing: je hoeft geen sporter te zijn. Ja, echt. Liesklachten worden het meest bestudeerd bij voetballers, en daar zijn ze ook het duidelijkst zichtbaar. Bij mannen die op clubniveau voetballen krijgt tussen de 4 en 19 op de 100 spelers per seizoen een liesblessure, bij vrouwen 2 tot 14 op de 100 [3]. Maar dezelfde overbelasting zien we ook bij de recreatieve hardloper, de crossfitter en de klusser die een weekend lang in een rare houding tilt. Denk aan iemand die na de winterstop weer vol in de zaalvoetbalcompetitie stapt, of aan een vader die een middag lang met zijn kind aan het stoeivoetballen is en de dagen erna de binnenkant van zijn lies voelt. Het patroon is telkens hetzelfde: een piek in belasting die de lies nog niet aankon.
De grootste risicofactor is niet je sport, maar een eerdere liesblessure die niet goed is hersteld, samen met verminderde kracht van je adductoren [1]. Ook een beperkte beweeglijkheid van de heup en onvoldoende opbouw na een rustperiode spelen mee. Dat is goed nieuws, want het zijn precies de dingen waar je met een gerichte aanpak iets aan kunt doen.
Een paar cijfers en inzichten die laten zien hoe deze klacht in elkaar zit [1,3,5]:
We zeggen het eerlijk: een liesblessure heeft tijd nodig. Een lichte overbelasting kan in een paar weken opknappen, maar langdurige liesklachten hebben in onderzoek gemiddeld al zo’n 40 weken bestaan voordat mensen echt aan de slag gaan met de goede aanpak [2]. Hoe langer je ermee doorloopt en doorspeelt, hoe taaier het wordt. Dat is teleurstellend als je snel weer wilt sporten, maar het is beter om het te weten dan om erin te blijven hangen.
En hier zit de echte les: er op tijd bij zijn scheelt enorm. Zolang de klacht nog vers is, is hij vaak in weken de baas. Maar loop je er maanden mee door en laat je het een chronische liesblessure worden, dan sukkel je er waarschijnlijk nog een hele lange tijd mee. Dan gaat het niet meer over weken, maar al snel over vele maanden van opbouwen en terugvallen. Niet omdat er iets kapot is, maar omdat een lang overbelaste pees veel meer tijd nodig heeft om weer op te bouwen. Wachten in de hoop dat het vanzelf overgaat is daarom bijna altijd de duurste keuze. Ja, echt.
De reden dat het niet vanzelf snel gaat, zit in het weefsel zelf. Pezen en hun aanhechtingen reageren traag op belasting. Ze worden alleen sterker als je ze gedoseerd blijft prikkelen, niet als je volledig stilzit en ook niet als je doorforceert. Precies daarin zit de sleutel: de belasting slim afstemmen op wat je lies aankan, en dat beetje bij beetje opbouwen. Volledige rust voelt logisch, maar verlengt het herstel vaak juist.
Toch zijn er momenten waarop wachten geen zin meer heeft en je beter kunt langskomen:
Samen zoeken we uit waar de grens van jouw lies nu ligt, en maken we een opbouwplan dat past bij jouw sport, werk en dag. Niet stoppen, niet doorforceren, maar stap voor stap sterker.
Plan gerust online een afspraak in, dan kijken we samen wat jij nodig hebt om weer vol vertrouwen af te zetten.
Het belangrijkste is dat je je lies niet volledig stillegt, maar de belasting slim aanpast. Doe de dingen die pijn geven even wat rustiger aan, maar blijf bewegen binnen wat draaglijk is. Een lichte gevoeligheid tijdens het bewegen mag, zolang de pijn na afloop en de volgende dag niet oploopt. Dat is je kompas: niet de pijn tijdens, maar hoe je lies erop reageert.
Wat op de langere termijn echt het verschil maakt, zijn gerichte krachtoefeningen voor je adductoren. Vooral de afremmende, excentrische kracht is belangrijk: dat is de kracht waarmee je een beweging opvangt en afremt. Onderzoek laat zien dat actieve training gericht op kracht en coördinatie van de heup- en liesspieren duidelijk beter werkt dan een passieve behandeling zonder oefeningen [2]. In dat onderzoek knapte de groep die actief trainde veel vaker op dan de groep die alleen passieve behandeling kreeg. Dit vraagt geduld en een opbouw over weken, geen quick fix. Begin voorzichtig, voel hoe je lies de dag erna reageert, en bouw van daaruit rustig op. Twee stappen vooruit en af en toe eentje terug hoort erbij; dat is geen mislukking maar onderdeel van het proces.
Pijnstillers en hulpmiddelen kunnen tijdelijk verlichten, maar lossen de oorzaak niet op. Een pijnstiller kan een zware dag draaglijker maken, maar hij maakt je pees niet sterker. Datzelfde geldt voor rust alleen: prettig op de korte termijn, maar het bouwt geen belastbaarheid op. Wees ook voorzichtig met de reflex om meteen aan een scan of injectie te denken. Een injectie kan kortdurend iets doen, maar lost de onderliggende overbelasting niet op, en een scan laat vaak “afwijkingen” zien die ook bij mensen zónder klachten voorkomen [5].
Let ten slotte op de dingen eromheen. Voldoende slaap geeft je lies meer ruimte om te herstellen, en langdurige stress vertraagt je herstel meer dan mensen denken. Werk je aan een langer opbouwprogramma, dan helpt het om te weten hoe je iets volhoudt als de motivatie even wegzakt.
We beginnen met een goed gesprek en onderzoek. Waar zit de pijn precies, wanneer kwam hij op, en wat vraag je normaal van je lies in je sport, werk en dag? We testen de kracht en beweeglijkheid van je heup en adductoren en kijken of er andere structuren meespelen. Zo krijgen we scherp waar jouw grens tussen belasting en belastbaarheid nu ligt.
Daarna bouwen we samen een plan dat bij jou past. De rode draad is bijna altijd hetzelfde: de belasting slim aanpassen en je adductoren gedoseerd sterker maken, met veel aandacht voor die afremmende kracht. Dat doen we met fysiotherapie en een opbouw die stap voor stap meegroeit met wat je aankan.
Waar het past, vullen we dat aan. Voor de sporter die weer wil sprinten, draaien en afzetten kijken we naar sportfysiotherapie en een gerichte terugkeer naar je sport. Wil je na herstel echt verder bouwen aan kracht en belastbaarheid, dan kan begeleid trainen bij De Fitnessvrienden een mooie volgende stap zijn.
En als het langer duurt dan verwacht? Dan trekken we niet zomaar door. Blijven de klachten hangen of veranderen ze, dan overleggen we met je huisarts en kijken we of er iets anders speelt, bijvoorbeeld een liesbreuk of een probleem vanuit de heup of onderrug. Zo weet je zeker dat je aan de goede klacht werkt.
Een lichte liesblessure kan in een paar weken opknappen. Langdurige liesklachten hebben vaak al maanden bestaan en vragen meer geduld. Wat het verschil maakt is niet rust, maar een gerichte opbouw: je belasting slim aanpassen en je adductoren stap voor stap sterker maken. Dat werkt beter dan wachten tot het vanzelf overgaat.
Een liesblessure is meestal overbelasting van de adductoren, de spieren aan de binnenkant van je bovenbeen. Een liesbreuk is iets anders: dan duwt weefsel door een zwakke plek in de buikwand, vaak met een voelbare bult. Een breuk gaat nooit vanzelf weg en vraagt een ander traject. Twijfel je? Dan sluiten we dat samen met de huisarts eerst uit.
Volledig stoppen hoeft meestal niet, en werkt zelfs averechts. Beter is de belasting aanpassen: laat de dingen die veel pijn geven even, maar blijf binnen wat draaglijk is bewegen. Je kompas is niet de pijn tijdens het sporten, maar hoe je lies er de dag erna op reageert. Loopt dat op, dan ben je over je grens gegaan.
Kortdurend soms, structureel nee. Een brace, tape of warmte kan een zware dag draaglijker maken, maar het maakt je adductoren niet sterker. Zie het als tijdelijke steun, niet als de behandeling. De echte winst zit in het gedoseerd opbouwen van kracht en belastbaarheid.
Meestal niet als eerste stap. Een scan laat bij liesklachten vaak “afwijkingen” zien die net zo goed voorkomen bij mensen zónder pijn, dus die verklaren je klacht lang niet altijd [5]. Een injectie kan kort verlichten maar lost de overbelasting niet op. We beginnen daarom met onderzoek en een gerichte opbouw, en zetten aanvullend onderzoek alleen in als het echt iets toevoegt.
Zeker. Liesklachten worden het meest bij voetballers onderzocht, maar dezelfde overbelasting kan ontstaan bij hardlopen, krachttraining of werk met veel draaien en tillen. De sport is niet de oorzaak, de disbalans tussen belasting en belastbaarheid wel. Ook wie weinig sport kan daar tegenaan lopen.
[1] Martins TB, Martins TB, Migliorini F, Maffulli N, Okubo R. Risk Factors Associated with Groin Pain in Athletes: A Systematic Review. Life (Basel). 2025;15(11):1688. Via PubMed: doi.org/10.3390/life15111688
[2] Hölmich P, Uhrskou P, Ulnits L, Kanstrup IL, Nielsen MB, Bjerg AM, et al. Effectiveness of active physical training as treatment for long-standing adductor-related groin pain in athletes: randomised trial. Lancet. 1999;353(9151):439-443. Via PubMed: doi.org/10.1016/S0140-6736(98)03340-6
[3] Waldén M, Hägglund M, Ekstrand J. The epidemiology of groin injury in senior football: a systematic review of prospective studies. Br J Sports Med. 2015;49(12):792-797. Via PubMed: doi.org/10.1136/bjsports-2015-094705
[4] Weir A, Brukner P, Delahunt E, Ekstrand J, Griffin D, Khan KM, et al. Doha agreement meeting on terminology and definitions in groin pain in athletes. Br J Sports Med. 2015;49(12):768-774. Via PubMed: doi.org/10.1136/bjsports-2015-094869
[5] Nielsen MF, Hölmich P, Branci S, Torfing T, Ishøi L, Nielsen MB, et al. Pubic-Related Radiographic Findings in Male Football Players With Long-Standing Groin Pain, and Asymptomatic Controls — Are They Clinically Relevant? Scand J Med Sci Sports. 2025;35(5):e70068. Via PubMed: doi.org/10.1111/sms.70068
‘Complete zorg in hartje Stratum’




'Samen gezond in Blixembosch'




"Actief herstellen in Aalst-Waalre"




Je hoeft er niet langer mee rond te blijven lopen. Plan online een afspraak — snel, makkelijk en wanneer het jou uitkomt — of bel ons even.