Fysiotherapie
Fysiotherapie helpt je klachten begrijpen en gericht aanpakken. We kijken samen naar de oorzaak en begeleiden je stap voor stap. Zo werk je aan herstel dat bij jou past.

Je wilt een beker uit het bovenste kastje pakken en halverwege schiet het in je schouder. Niet in het gewricht zelf, maar aan de buitenkant, ergens bij je bovenarm. Zodra je arm weer laag hangt, zakt het af. Tot je de was ophangt, je haar föhnt of in de nacht op die kant gaat liggen. Grote kans dat je huisarts of fysiotherapeut het dan SAPS noemt, of dat je ooit hoorde dat je pees “bekneld” zit.
Op deze pagina leggen we uit wat SAPS eigenlijk is, en waarom dat beeld van een beknelde pees vaak niet klopt. Je leest hoe het ontstaat, hoe lang herstel duurt en wat je zelf kunt doen. En ook waarom een operatie bijna nooit de oplossing is.
SAPS staat voor subacromiaal pijnsyndroom. Dat klinkt ingewikkeld, maar het zegt eigenlijk alleen waar de pijn zit. Het acromion is het uitstekende puntje van je schouderblad, een soort dakje boven je schoudergewricht. Subacromiaal betekent “onder dat dakje”. Daar lopen de pezen van de spieren die je arm optillen en draaien, samen met een slijmbeurs die zorgt dat alles soepel langs elkaar glijdt. Bij SAPS doen die weefsels pijn, vooral als je je arm heft. Er is geen val of ongeluk aan voorafgegaan en het is geen reumatische aandoening [1].
Vroeger heette dit vaak impingement, letterlijk “inklemming”. Het idee was dat de pees tussen bot en dakje klem kwam te zitten. Met betere scans en kijkoperaties bleek dat verhaal niet te kloppen: er is niet altijd een direct verband tussen wat je op een foto ziet, hoe zwaar je schouder belast wordt en hoeveel pijn je hebt [2]. Daarom kozen Nederlandse artsen en fysiotherapeuten voor de neutralere naam SAPS. Die naam beschrijft de klacht, zonder een oorzaak te suggereren die er vaak niet is.
Onder SAPS vallen verschillende dingen: een geïrriteerde pees, een slijmbeursontsteking, kalk in de pees of een pees die door de jaren heen wat veranderd is [1]. Wil je de uitleg van de huisartsen erbij lezen? Kijk dan op Thuisarts over schouderklachten. En twijfel je of het wel om SAPS gaat, of speelt er misschien iets anders? Op onze pagina over schouderklachten vind je het bredere overzicht.
De pijn begint meestal sluipend. Eerst merk je hem alleen bij een bepaalde beweging, zoals een jas aantrekken of je autogordel pakken. Later doet ook reiken naar een hoge plank pijn, of de gieter boven de plantenbak. Opvallend is dat de pijn vaak in een boogje zit: tussen ongeveer schouderhoogte en boven je hoofd doet het zeer, terwijl je arm helemaal omhoog of helemaal omlaag weer rustiger is. Veel mensen voelen het ook in de nacht, zeker als ze op die schouder liggen.
Klinkt raar bij een schouderklacht, we weten het, maar de pijn zit vaak niet bovenop je schouder. Je voelt hem aan de buitenkant van je bovenarm, soms tot halverwege je elleboog. Dat is gewoon hoe schouderpijn werkt, en het betekent niet dat er in je arm iets mis is. Hieronder staan de signalen die het vaakst bij SAPS horen.
Bij SAPS gaat het bijna altijd om de verhouding tussen belasting en belastbaarheid. Belasting is wat je van je schouder vraagt. Belastbaarheid is wat je schouder op dat moment aankan. Zolang die twee in balans zijn, past je lichaam zich aan en wordt het sterker. Vraag je langere tijd meer dan de pezen rond je schouder aankunnen, dan raken ze geprikkeld en gaan ze pijn doen.
Die overbelasting zit vaak in heel gewone dingen. Onderzoek laat zien dat SAPS samenhangt met werk waarbij je steeds dezelfde bewegingen maakt met je schouder of hand, met werk waarbij je lang kracht zet met je bovenarmen, met trillend gereedschap en met werken met je armen in een onhandige positie. Ook een hoge werkdruk speelt mee [2]. Denk aan de schilder die een plafond doet, de kapper die de hele dag met geheven armen knipt, of de verzorgende die cliënten helpt met aankleden. Maar ook aan iemand die in één weekend de hele heg snoeit na een winter niets.
Misschien denk je dat dit vooral bij sporters voorkomt, bij zwemmers, tennissers of volleyballers. Die krijgen het zeker ook, maar de meeste mensen met schouderklachten zijn niet wie je denkt. Bij de huisarts piekt het aantal nieuwe schouderklachten tussen je 50e en 60e, en vrouwen hebben het iets vaker dan mannen [3]. Rond die leeftijd zijn pezen vaak wat minder veerkrachtig, terwijl werk, mantelzorg en huishouden vaak gewoon doorgaan. Een schouder die jaren meekon, raakt dan in een drukke periode net over zijn grens.
Het goede nieuws zit in dezelfde uitleg. Wie regelmatig sport, meer dan drie uur per week, lijkt minder vaak nek- en schouderklachten te krijgen [2]. Belastbaarheid is dus iets wat je kunt opbouwen. Dat is precies waar de behandeling om draait.
Een paar cijfers die laten zien hoe vaak schouderpijn voorkomt en wat onderzoek over opereren zegt [1,3,4]:
We zeggen het eerlijk: SAPS gaat zelden in een paar dagen over. Veel mensen merken binnen een paar weken verbetering, maar bij een flink deel duurt het maanden. In de huisartsenpraktijk is ongeveer de helft van de nieuwe schouderklachten binnen zes maanden helemaal over [3]. Na een jaar heeft ongeveer een op de drie mensen nog enige pijn of beperking [2].
Dat heeft te maken met hoe pezen werken. Een pees krijgt minder bloed dan een spier en past zich langzaam aan. Rust alleen maakt hem niet sterker, want dan daalt zijn belastbaarheid juist mee. Doorgaan alsof er niets is, werkt ook niet: dan blijf je hem prikkelen. Herstel zit in het midden, met belasting die net binnen je grens blijft en langzaam meegroeit.
Hoe langer de pijn al bestaat, hoe langer het herstel meestal duurt. Klachten die langer dan drie maanden aanhouden, hebben een minder gunstig beloop [2]. Daarom loont het om niet te lang af te wachten als het niet vanzelf beter gaat. Toch zijn er momenten waarop wachten geen zin meer heeft en je beter kunt langskomen:
We zoeken samen uit wat jouw schouder nu aankan en wat hij van je dag vraagt, en maken een plan dat daar echt bij past.
Plan online je afspraak, dan kijken we snel samen naar je schouder.
Het belangrijkste advies klinkt misschien tegenstrijdig: blijf je schouder gebruiken. Je arm in een mitella of volledig stilhouden wordt afgeraden [2]. Beweeg wel binnen je pijngrens. Een lichte, bekende pijn tijdens een beweging is meestal geen probleem, zolang hij daarna snel wegzakt en de volgende ochtend niet erger is. Houdt de pijn uren aan, dan was het net te veel.
Pas daarnaast je belasting slim aan. Kijk waar je arm lang boven schouderhoogte moet werken, of waar je steeds dezelfde draai- of reikbeweging maakt. Zet spullen die je vaak pakt wat lager, neem vaker korte pauzes en gebruik hulpmiddelen waar dat kan, zoals een trapje in plaats van reiken [1]. Dat is geen stoppen, maar tijdelijk slimmer verdelen.
Op de langere termijn helpen oefeningen het meest. De richtlijn adviseert oefeningen met een lage intensiteit die je vaak herhaalt, gericht op de spieren rond je schouder en je schouderblad [2]. Thuis oefenen lijkt daarbij net zo goed te werken als oefenen onder begeleiding [2]. Het gaat dus vooral om wat je elke dag doet, niet om een uur per week in de praktijk. Het vraagt wel volhouden, en daar helpen kleine vaste momenten meer dan grote voornemens. Hoe je dat aanpakt, lees je in onze blog over oefeningen volhouden als motivatie tekortschiet.
Pijnstillers kunnen de eerste periode helpen, bijvoorbeeld om beter te slapen. Een ontstekingsremmer gebruik je bij voorkeur niet langer dan een week of twee [2]. Een prik met een ontstekingsremmer in de schouder helpt vaak goed op korte termijn, maar is geen oplossing op zich. De nieuwste richtlijn ziet de prik als hulpmiddel om weer te kunnen oefenen als de pijn dat eerst onmogelijk maakt. Wie alleen oefent, lijkt op termijn zelfs minder vaak een terugval te krijgen dan wie oefenen combineert met een prik [1]. Een behandeling met ultrageluid werkt niet beter dan een nepbehandeling [2].
Kijk tot slot naar de rest van je leven. Roken, overgewicht en een lage conditie maken het herstel van peesweefsel lastiger [1]. Ook slechte nachten tellen mee: in de slaap herstelt je lichaam, en daarover lees je meer in onze blog over slaap en herstel. En heb je het druk of loop je op je tenen, lees dan ook waarom stress je herstel vertraagt.
We beginnen met jouw verhaal. Wanneer begon het, wat doet pijn en wat lukt nog wel? Hoe ziet je werkdag eruit, hoe slaap je en wat wil je weer kunnen? Daarna onderzoeken we je schouder en je nek. Geen enkele test kan SAPS op zichzelf aantonen, daarom combineren we meerdere tests en kijken we ook of er iets anders speelt, zoals een scheur in een pees of een stijve schouder [1,2]. Een echo is bij de start meestal niet nodig. Die heeft pas zin als je na een periode van goede behandeling niet vooruitgaat [2].
Daarna maken we samen een plan met twee sporen. Het eerste spoor is je belasting slim aanpassen, zodat je schouder rust krijgt zonder stil te vallen. Het tweede spoor is gedoseerd sterker worden, met oefeningen die we stap voor stap zwaarder maken. Die oefeningen doe je grotendeels thuis, en in de praktijk kijken we mee, sturen we bij en bouwen we op. Dat is de kern van onze fysiotherapie.
Soms zetten we er iets naast. Met manuele therapie kunnen we een stijve nek of bovenrug soepeler maken, zodat bewegen makkelijker gaat. Losse gewrichtsbehandelingen voegen bij SAPS weinig toe aan goede oefeningen [2], dus we gebruiken ze alleen als opstapje. Bij pijnlijke, gespannen spieren rond je schouderblad kan dry needling helpen om de oefeningen beter te kunnen doen. En wil je na je herstel sterk blijven, dan kun je verder trainen bij De Fitnessvrienden. Bij ons in de praktijk zien we vaak dat juist dat laatste stuk terugval voorkomt.
Wat als het langer duurt? Dan kijken we eerlijk opnieuw. Soms is een echo zinvol, bijvoorbeeld om kalk in de pees of een scheur op te sporen. Soms is een prik via de huisarts een goede stap om weer te kunnen oefenen. En blijven de klachten ondanks alles bestaan, dan overleggen we met je huisarts over een verwijzing naar de orthopeed. Voor een operatie aan het schouderdak kies je daar bijna nooit meer: de richtlijn raadt die sterk af, omdat opereren niet beter werkt dan goede oefentherapie [1].
Meestal weken tot maanden, en bij een deel van de mensen langer. Ongeveer de helft van de nieuwe schouderklachten is binnen zes maanden over [3], maar na een jaar heeft een op de drie nog enige last [2]. Hoe eerder je je belasting slim aanpast en gedoseerd gaat oefenen, hoe beter je kansen.
Het gaat om dezelfde klacht met een andere naam. Impingement betekent inklemming en gaat ervan uit dat je pees klem zit onder het schouderdak. Dat idee bleek niet te kloppen [2]. SAPS beschrijft alleen waar de pijn zit, en daarmee ook eerlijker wat we weten.
Bij SAPS doet bewegen pijn, maar als iemand anders je arm optilt, gaat dat meestal nog redelijk ver. Bij een frozen shoulder wordt het gewrichtskapsel zelf stijf. Dan lukt vooral het naar buiten draaien van je arm steeds minder, ook als een ander het voor je probeert. Dat onderscheid maken we bij het onderzoek, omdat de aanpak anders is.
Meestal wel, en helemaal stoppen is juist niet verstandig. Stilhouden laat je schouder minder sterk worden [2]. Pas vooral aan wat boven schouderhoogte gebeurt: minder lang achter elkaar, vaker een pauze en zware of herhaalde bewegingen tijdelijk verdelen [1]. Samen bepalen we wat voor jou nu past.
In het begin bijna nooit. Een echo is pas zinvol als je na een periode van goede behandeling niet vooruitgaat, bijvoorbeeld om een scheur in de pees uit te sluiten [2]. Wat er op een scan te zien is, zegt bovendien niet altijd iets over hoeveel pijn je hebt [2].
Een prik helpt vaak op korte termijn, maar vooral als opstapje om weer te kunnen oefenen [1]. Een operatie aan het schouderdak werkte in een groot onderzoek niet beter dan een nepoperatie [4]. De Nederlandse richtlijn raadt die operatie daarom sterk af [1]. Oefenen blijft de basis.
[1] Lambers Heerspink FO, Veen EJD, Dorrestijn O, Visser CPJ, Leijs MJC, van Poppel D, et al. Update of guideline for diagnosis and treatment of subacromial pain syndrome: a multidisciplinary review by the Dutch Orthopedic Association: Part 1: preventive measures, diagnostics, and non-surgical treatment of subacromial pain syndrome. Acta Orthop. 2026;97:91-98. Via PubMed: doi.org/10.2340/17453674.2026.45365
[2] Diercks R, Bron C, Dorrestijn O, Meskers C, Naber R, de Ruiter T, et al. Guideline for diagnosis and treatment of subacromial pain syndrome: a multidisciplinary review by the Dutch Orthopaedic Association. Acta Orthop. 2014;85(3):314-322. Via PubMed: doi.org/10.3109/17453674.2014.920991
[3] van Doorn PF, de Schepper EIT, Rozendaal RM, Ottenheijm RPG, van der Lei J, Bindels PJ, et al. The incidence and management of shoulder complaints in general practice: a retrospective cohort study. Fam Pract. 2021;38(5):582-588. Via PubMed: doi.org/10.1093/fampra/cmab022
[4] Beard DJ, Rees JL, Cook JA, Rombach I, Cooper C, Merritt N, et al. Arthroscopic subacromial decompression for subacromial shoulder pain (CSAW): a multicentre, pragmatic, parallel group, placebo-controlled, three-group, randomised surgical trial. Lancet. 2018;391(10118):329-338. Via PubMed: doi.org/10.1016/S0140-6736(17)32457-1
‘Complete zorg in hartje Stratum’




'Samen gezond in Blixembosch'




"Actief herstellen in Aalst-Waalre"




Je hoeft er niet langer mee rond te blijven lopen. Plan online een afspraak — snel, makkelijk en wanneer het jou uitkomt — of bel ons even.