Fysiotherapie
Fysiotherapie helpt je klachten begrijpen en gericht aanpakken. We kijken samen naar de oorzaak en begeleiden je stap voor stap. Zo werk je aan herstel dat bij jou past.

Je zoekt op de tast je sleutels in je jaszak en merkt dat je wijsvinger ze nauwelijks voelt. Of je onderarm tintelt al dagen, alsof hij half slaapt. Pijn heb je niet, of bijna niet. Dat klinkt geruststellend, en toch zit het je niet lekker. Want waarom voelt je arm zo vreemd als er niets pijn doet?
Vaak ligt het antwoord in je nek. Een zenuwwortel geeft daar tijdelijk minder goed zijn signalen door, en dat heet een cervicale radiculopathie. Op deze pagina lees je wat dat is, hoe je het herkent en hoe lang het duurt. En vooral: wat je zelf kunt doen, en wat wij als fysiotherapeut voor je meten en volgen.
Uit je nek komen aan beide kanten zenuwwortels. Zie ze als kabels tussen je ruggenmerg en je arm: gevoel van je huid gaat naar boven, opdrachten voor je spieren gaan naar beneden. Bij een cervicale radiculopathie komt een deel van die signalen minder goed door. Dat merk je als een doof gevoel, minder kracht of een zwakkere reflex [1], en vaak tintelt het ook [2].
De naam klinkt zwaarder dan hij is. “Cervicaal” betekent: van de nek. “Radiculopathie” betekent letterlijk: er is iets met de zenuwwortel. Het zegt niets over hoe ernstig het is, en ook niet dat er iets blijvend stuk is. Wel is het iets anders dan uitstralende zenuwpijn, al worden die twee vaak door elkaar gebruikt. Bij zenuwpijn staat het volume te hard: de zenuw vuurt uit zichzelf signalen af. Bij een radiculopathie valt het signaal juist voor een deel weg [1]. Dat kan mét pijn, maar ook helemaal zonder [3].
Staat bij jou de pijn in je arm voorop? Lees dan verder bij de nekhernia. Deze pagina gaat over de situatie waarin pijn ontbreekt of naar de achtergrond is verdwenen, en je vooral een tintelende, dove of slappere arm overhoudt. Thuisarts.nl noemt dat tintelende of dove gevoel en het krachtsverlies in de uitleg voor mensen met een nek-hernia. Herken je jezelf daar niet goed in? Dan helpt het overzicht van alle nekklachten je op weg.
Het meest kenmerkende is een veranderd gevoel. In een Nederlands onderzoek onder 205 mensen met recente zenuwwortelklachten in de nek, die ook armpijn hadden, had ruim negen op de tien een gevoelsstoornis. Krachtsverlies en zwakkere reflexen kwamen veel minder vaak voor [4]. Meestal zit het in één arm. Vaak gaat het om de zesde of zevende nekzenuw [5], en dan tintelen bijvoorbeeld je duim en wijsvinger, of juist je middelvinger. Verwacht alleen geen keurig lijntje uit een anatomieboek: klachten door een beknelde zenuw houden zich vaak niet aan de kaart [1].
Het kan voelen als een slapende hand die maar niet wakker wordt, of als watten rond je vingertoppen. Tintelingen bij een beknelde zenuw nemen toe als je lang in dezelfde houding zit of ligt, en zakken af zodra je gaat bewegen. Dat past bij een zenuw die even te weinig bloed krijgt [1]. Minder kracht merk je aan kleine dingen: een pot die niet open wil, of een arm die sneller moe is bij het föhnen. En dan dat ene dat het zo verwarrend maakt: het doet geen pijn, dus het voelt alsof je je aanstelt. Dat doe je niet. Dit zijn de signalen waar je op kunt letten:
Een zenuwwortel verlaat je nek door een kleine opening tussen twee wervels. Die opening kan krapper worden, meestal door een tussenwervelschijf die iets uitpuilt of door de gewone veranderingen van een nek die ouder wordt [4]. Krijgt de zenuwwortel daardoor te weinig ruimte of te weinig bloed, dan gaat hij slechter geleiden [1]. Waarom krijgt de één daar felle pijn van en de ander alleen een dove hand? Raakt de zenuw vooral geprikkeld, dan overheerst pijn. Wordt vooral de geleiding geremd, dan overheersen een doof gevoel en minder kracht [1].
Wie krijgt dit? De klacht komt het vaakst voor rond je vijftigste [4,5], en in een groot Amerikaans bevolkingsonderzoek vaker bij mannen dan bij vrouwen [3]. Voor zenuwbeknellingen in het algemeen zijn een hoger lichaamsgewicht, lichamelijk belastend werk en aandoeningen zoals diabetes bekende risicofactoren. Aanleg lijkt een van de sterkste. Verder weten onderzoekers nog maar voor een deel waarom het de één overkomt en de ander niet [1]. Eén foute beweging of “verkeerd zitten” is dus zelden het hele verhaal, en jezelf de schuld geven heeft weinig zin.
Goed om te weten: een krappe opening op een scan zegt weinig. Een zenuwwortel kan op een MRI bekneld lijken zonder dat iemand er iets van merkt [1]. En andersom is er bij mensen met duidelijke klachten lang niet altijd een beknelling te zien [4]. Het bekende verhaal van belasting en belastbaarheid verklaart het ontstaan hier ook maar voor een deel. Het wordt vooral belangrijk bij het herstel, als je de kracht in je arm weer opbouwt.
Een paar cijfers die laten zien hoe deze klacht in elkaar zit [1,3,4]:
Eerst het goede nieuws: het beloop is meestal gunstig. In het Nederlandse onderzoek had na een half jaar het grootste deel van de deelnemers geen of weinig pijn meer. Dat gold met en zonder behandeling [4].
Nu de eerlijke versie. Dat onderzoek mat pijn en dagelijkse beperkingen. Harde cijfers over hoe snel tintelingen, een doof gevoel en kracht terugkomen, hebben wij niet gevonden. Onze ervaring is dat ze achterlopen op de pijn: reken op weken tot maanden, en soms blijft een klein doof plekje langer hangen zonder dat het je hindert. Niet het antwoord waar je op hoopte, we weten het.
Daarom draait het bij deze klacht minder om behandelen en meer om volgen. Blijven je tintelingen en dove gevoel gelijk of worden ze langzaam minder, dan mag je het de eerste weken de tijd geven [4]. Krachtsverlies laat je altijd een keer nakijken. En sommige signalen passen niet bij één zenuwwortel: klachten in beide armen of in je benen, of moeite met plassen of je ontlasting [2]. Ook bij onzeker lopen of kracht die plotseling wegvalt wacht je niet af. Dan kan het ruggenmerg meedoen, zoals bij een cervicale stenose kan gebeuren. Bel in die gevallen direct je huisarts. Verder zijn er momenten waarop wachten geen zin meer heeft en je beter kunt langskomen:
Samen brengen we in kaart wat de zenuw nu doet, met een meting van je gevoel, je kracht en je reflexen. Daar maken we een plan bij dat past bij jouw dag, en we meten opnieuw om te zien of je vooruitgaat.
Plan online je afspraak. Een verwijzing heb je niet nodig.
Blijf je arm gewoon gebruiken. In het Nederlandse onderzoek kwam de groep die gewoon doorging met het dagelijks leven na een half jaar even ver als de behandelde groepen [4]. Je arm ontzien maakt hem vooral slapper en je hoofd ongeruster.
Wissel wel vaak van houding. Niet omdat er een foute houding bestaat, maar omdat lang in dezelfde stand de bloedtoevoer naar een beknelde zenuw tijdelijk kan verminderen [1]. Neemt het tintelen toe bij lang omhoog kijken of bij slapen met je arm onder je hoofd? Verander dan die ene gewoonte en kijk of het scheelt. Saai advies, maar het kost niets.
Houd één keer per week bij hoe het gaat, niet tien keer per dag. Waar tintelt het? Hoe groot is het dove plekje? Lukt het om een vol pak melk met gestrekte arm op te tillen of een pot open te draaien? Schrijf het op. Zo zie je over weken een lijn, in plaats van elk uur te twijfelen.
Wees praktisch met een doof gevoel. Hitte en scherpe randen voel je minder goed, dus kijk even mee met je ogen bij een hete pan of een aardappelmesje. Pijnstillers zijn bedoeld voor pijn; voor tintelingen of een doof gevoel alleen hoef je ze niet te nemen. Bij andere zenuwbeknellingen vallen medicijnen in onderzoek ook tegen [1]. Een nekkraag noemt de Nederlandse richtlijn alleen om pijn kort te dempen [2]. Heb je geen pijn, dan is daar geen reden voor.
Zorg tot slot goed voor de rest. Tintelingen door een beknelde zenuw spelen vaak ’s nachts op [1], en na een slechte nacht voelt alles heftiger. Lees daarom hoe slaap en herstel samenhangen. Maak je je veel zorgen over je arm? Begrijpelijk. Toch helpt aanhoudende spanning niet mee: lees waarom stress je herstel vertraagt.
We beginnen met een gesprek. Waar zit het precies, sinds wanneer, wat maakt het erger of minder, en wat lukt er niet meer? We vragen ook door naar signalen die niet bij één zenuwwortel passen, want die sluiten we eerst uit [2].
Daarna meten we wat de zenuw doet. We testen je gevoel, je kracht per spiergroep en je reflexen, steeds links en rechts vergeleken. Bij gevoel kijken we naar lichte aanraking én naar scherp en bot, omdat dikke en dunne zenuwvezels los van elkaar kunnen meedoen [1]. Met een paar gerichte tests voor je nek en de zenuwen in je arm kijken we of de klacht echt uit je nek komt [2]. We onderzoeken ook je elleboog en je pols. Een beknelde zenuw bij de elleboog of een carpaletunnelsyndroom bij de pols en hand kan bijna dezelfde tintelingen geven. Alles leggen we vast: dat is je nulmeting. Past het beeld bij een zenuwwortel, dan stemmen we dat af met je huisarts [2].
Dan volgt het plan, en dat begint met uitleg: wat zien we in de metingen, wat is veilig en waar let je op. De basis is fysiotherapie met oefeningen: voor je nek, zoals in het Nederlandse onderzoek [4], en gericht voor de spieren in je arm of hand die achterblijven. Hier komt belasting en belastbaarheid wél om de hoek kijken: we bouwen stap voor stap op, zo zwaar als je spieren aankunnen. Past het bij jouw klacht, dan voegen we manuele therapie toe om je nek meer bewegingsruimte te geven, of oefeningen die de zenuw rustig laten glijden [2].
We zijn daar eerlijk over. In het Nederlandse onderzoek daalde de pijn met fysiotherapie de eerste zes weken sneller, maar na een half jaar was er geen verschil meer met afwachten [4]. Een behandeling waarvan is aangetoond dat je gevoel of kracht er sneller door terugkomt, kennen wij niet. Daarom kiezen we op basis van wat we bij jou meten, en niet uit gewoonte. Dry needling, tractie, elektrotherapie en ultrageluid raadt de Nederlandse richtlijn bij deze klacht af, dus die zetten we hiervoor niet in [2]. Om de paar weken herhalen we de nulmeting. Zo weet je zwart op wit of je gevoel en kracht terugkomen.
En als het niet vooruitgaat? Zien we na ongeveer zes weken geen verbetering, dan bespreken we dat met jou en je huisarts [2]. Neemt je kracht af, dan wachten we daar niet op en schakelen we meteen. De huisarts kan je doorsturen naar een neuroloog, die beoordeelt of een scan, zenuwonderzoek of in het uiterste geval een operatie zinvol is. Dat laatste gebeurt bij een kleine minderheid [4].
Weken tot maanden. Onze ervaring is dat pijn meestal als eerste zakt en dat tintelingen en een doof gevoel later volgen. Harde cijfers zijn er niet, want het onderzoek dat wij kennen mat vooral pijn [4]. Belangrijker dan de snelheid is de richting: wordt het gebied kleiner en blijft je kracht gelijk, dan zit je goed. Dat geldt ook als je eerst een nekhernia met pijn had en alleen de tintelingen zijn gebleven.
Een nekhernia is een uitpuilende tussenwervelschijf die een zenuwwortel kan prikkelen. Op onze pagina daarover staat de uitstralende armpijn centraal, ook wel cervicaal radiculair syndroom genoemd. Radiculopathie zegt iets anders: wat de zenuwwortel minder goed doorgeeft, dus gevoel, kracht en reflexen [1]. Dat kan samengaan met pijn, maar ook zonder [3]. Heb jij vooral pijn? Lees dan verder bij de nekhernia.
Aan de plek alleen is dat niet te zien, want klachten door een beknelde zenuw houden zich vaak niet aan het boekje [1]. Een beknelling in de pols komt veel voor en geeft ook tintelende vingers. Verandert het gevoel als je je hoofd of nek beweegt, dan wijst dat eerder naar je nek [2]. Het kan ook allebei spelen. Daarom testen we altijd je nek, je elleboog en je pols.
Niet per se, wel anders. Pijn zegt dat een zenuw geprikkeld is, een doof gevoel dat hij minder doorgeeft [1]. Hoeveel last je hebt, vertelt weinig over hoe het met de zenuw gaat. Wat telt, is of je gevoel en kracht gelijk blijven of terugkomen. Daarom meten we, en daarom laat je krachtsverlies altijd nakijken.
Meestal niet. De diagnose wordt vooral gesteld op je verhaal en het lichamelijk onderzoek [4]. Een MRI kan een beknelling laten zien bij mensen zonder klachten [1], en bij 20 tot 25 procent van de mensen mét klachten was er juist niets te zien [4]. Een scan wordt zinvol als een operatie wordt overwogen of als er twijfel is over de oorzaak. Dat beslist je huisarts of specialist; een fysiotherapeut kan geen scan aanvragen [2].
[1] Schmid AB, Fundaun J, Tampin B. Entrapment neuropathies: a contemporary approach to pathophysiology, clinical assessment, and management. Pain Rep. 2020;5(4):e829. Via PubMed: doi.org/10.1097/PR9.0000000000000829
[2] Bier JD, Scholten-Peeters WGM, Staal JB, Pool J, van Tulder MW, Beekman E, et al. Clinical Practice Guideline for Physical Therapy Assessment and Treatment in Patients With Nonspecific Neck Pain. Phys Ther. 2018;98(3):162-171. Via PubMed: doi.org/10.1093/ptj/pzx118
[3] Mansfield M, Smith T, Spahr N, Thacker M. Cervical spine radiculopathy epidemiology: A systematic review. Musculoskeletal Care. 2020;18(4):555-567. Via PubMed: doi.org/10.1002/msc.1498
[4] Kuijper B, Tans JT, Beelen A, Nollet F, de Visser M. Cervical collar or physiotherapy versus wait and see policy for recent onset cervical radiculopathy: randomised trial. BMJ. 2009;339:b3883. Via PubMed: doi.org/10.1136/bmj.b3883
[5] Kim HJ, Nemani VM, Piyaskulkaew C, Vargas SR, Riew KD. Cervical Radiculopathy: Incidence and Treatment of 1,420 Consecutive Cases. Asian Spine J. 2016;10(2):231-7. Via PubMed: doi.org/10.4184/asj.2016.10.2.231
‘Complete zorg in hartje Stratum’




'Samen gezond in Blixembosch'




"Actief herstellen in Aalst-Waalre"




Je hoeft er niet langer mee rond te blijven lopen. Plan online een moment dat jou uitkomt, of bel ons even.
