Fysiotherapie
Fysiotherapie helpt je klachten begrijpen en gericht aanpakken. We kijken samen naar de oorzaak en begeleiden je stap voor stap. Zo werk je aan herstel dat bij jou past.

Je staat onder de douche en merkt dat je met die ene hand niet meer goed bij je achterhoofd komt. Diep in je schouder zeurt het, en bij het draaien hoor je iets kraken. Dan valt het woord “slijtage”, of je leest “artrose” in de uitslag van een foto. En dan denk je al snel: versleten, dus voorzichtig doen. Heel begrijpelijk. Alleen is sparen precies waar je schouder het minst aan heeft.
Op deze pagina lees je wat schouderartrose is, waarom een foto minder zegt dan je denkt en wat je er zelf aan kunt doen. Ook lees je hoe wij je helpen, en wanneer een operatie in beeld komt.
Schouderartrose is een verandering van het gewricht tussen de kop van je bovenarm en de kom van je schouderblad. Het laagje kraakbeen op die botten wordt dunner en minder glad. Het bot eronder past zich aan, aan de randen groeit wat extra bot en het kapsel om het gewricht wordt stugger. Daardoor beweegt je schouder minder ver, en soms doet hij pijn. Na de heup en de knie is de schouder het grote gewricht waar artrose het vaakst voorkomt [1].
In de volksmond heet het slijtage. Dat woord klopt maar half, en het zet je op het verkeerde been. Het klinkt als een schoenzool: elke stap maakt hem dunner, tot hij op is. Zo werkt een gewricht niet. Kraakbeen, bot en spieren zijn levend weefsel dat reageert op wat je ermee doet. Belasting die past, houdt een gewricht in conditie. Te weinig bewegen maakt het juist kwetsbaarder [1].
En dan die foto. Veranderingen die bij artrose passen, zie je ook heel vaak bij mensen die nergens last van hebben. Hoe het er op een foto uitziet, zegt weinig over hoeveel pijn je hebt [1]. Artrose op een foto is dus nog geen diagnose. We spreken pas van schouderartrose als het beeld en jouw klachten bij elkaar passen. Wil je lezen wat huisartsen adviseren? Kijk dan bij Thuisarts over artrose in je schouder. Artrose in het kleine gewricht bovenop je schouder geeft andere klachten; die vind je bij AC-klachten. Past jouw verhaal er niet bij? Op onze pagina over schouderklachten staan de andere vormen op een rij.
Schouderartrose komt meestal sluipend. Het begint vaak met een zeurende pijn diep in je schouder, geregeld aan de achterkant. Je merkt hem vooral na een dag waarop je veel met je arm hebt gedaan. Later merk je dat bewegen minder ver gaat. Vooral je arm naar buiten draaien wordt lastig: je haar wassen, een bh sluiten of iets van de achterbank pakken [1,2]. Sommige mensen horen of voelen hun schouder kraken, schuren of even haperen. Klinkt eng, we weten het. Maar kraken hoort er vaak bij en is op zichzelf geen reden om je arm te sparen.
Bij een deel van de mensen komt er pijn in rust en in de nacht bij, waardoor inslapen of doorslapen lastig wordt [2]. Verwarrend is dat een stijve, pijnlijke schouder ook een frozen shoulder kan zijn. Op gevoel is dat verschil nauwelijks te maken; een onderzoek en soms een foto geven dan duidelijkheid [1]. Hieronder zie je waaraan je schouderartrose vaak herkent.
Het eerlijke antwoord: meestal door de jaren. Leeftijd is veruit de belangrijkste factor [1,3]. In een Japans onderzoek had nog geen 2 procent van de veertigers artrose op een foto van de schouder. Bij zeventigers en tachtigers was dat ruim een kwart [3]. De gewone vorm, die bij het ouder worden hoort, komt ongeveer tien keer zo vaak voor als artrose met een aanwijsbare oorzaak [1]. Het lijkt iets vaker bij vrouwen voor te komen, al is dat verschil in onderzoek niet overtuigend [3].
Wie heeft dan wel een aanwijsbare oorzaak? Vaak mensen die je niet meteen bij artrose verwacht, en ze zijn geregeld jonger dan vijftig [1]. De oud-handballer wiens schouder vroeger een paar keer uit de kom schoot. De stratenmaker na dertig jaar zwaar werk. De krachtsporter, de tennisser, of iemand die ooit zijn bovenarm brak [1,4]. Na een schouder die uit de kom is geweest, is de kans op artrose op een foto later flink groter. Opvallend genoeg geeft die artrose vaak weinig of milde klachten [1].
Is het dan een kwestie van te veel belasten? Deels. Bij veel schouderklachten draait het om de balans tussen wat je van je schouder vraagt en wat hij aankan: belasting versus belastbaarheid. Bij artrose verklaart dat niet goed waarom je het krijgt; daar wegen leeftijd, aanleg en oude blessures zwaarder [1]. Het verklaart wel waarom je schouder de ene week meer opspeelt dan de andere. Een schouder met artrose kan minder hebben dan vroeger, en protesteert als je daar ineens ver overheen gaat. Aan die kant valt dus het meeste te winnen.
Een paar cijfers die laten zien hoe schouderartrose in elkaar zit [1,3,5]:
We zeggen het eerlijk: artrose gaat niet meer weg. Er bestaat geen behandeling die het kraakbeen terugbrengt [1]. Sorry, dat is de vervelende waarheid. Maar het is niet het hele verhaal. Wat wél kan veranderen, is hoeveel last je ervan hebt. En dat is vaak meer dan mensen verwachten.
De meeste mensen hebben betere en slechtere periodes, en een slechte periode betekent niet dat het hard achteruitgaat. Reken bij oefenen op maanden, niet op weken. In een Deens onderzoek viel driekwart van de oefenmomenten met flinke pijn in de eerste zes weken; daarna werd het gaandeweg rustiger [5]. In een ander onderzoek werden 129 65-plussers zonder operatie behandeld, onder meer met oefeningen. Na drie jaar waren hun pijn en functie nog steeds beter dan bij de start [2]. Een vergelijkingsgroep was er niet, dus hard bewijs is het niet.
Waarom gaat het zo traag? Spieren worden pas in de loop van weken sterker, en een stug kapsel geeft maar langzaam mee. Zie het daarom minder als een kuur en meer als onderhoud. Is je schouder plots dik, warm en rood, heb je koorts, of kun je na een val je arm niet meer optillen? Bel dan eerst je huisarts. Verder zijn er momenten waarop afwachten geen zin meer heeft en je beter kunt langskomen:
We zoeken samen uit wat je schouder nu aankan, en maken een oefenplan dat past bij jouw dag, jouw doelen en jouw tempo.
Plan online een afspraak op een moment dat jou uitkomt.
Het belangrijkste eerst: blijf je schouder gebruiken. Sparen voelt logisch als je “slijtage” hebt gehoord, maar een schouder die weinig doet, wordt stijver en zwakker. Je hoeft ook niet overal doorheen te bijten. De kunst zit ertussenin. Doe wat gaat, verdeel zware klussen en wissel af. De schutting schilderen kan best, alleen misschien in drie keer in plaats van in één middag.
Daarnaast helpt het om je schouder gericht te oefenen: regelmatig soepel bewegen, en een paar keer per week de spieren rond je schouder en schouderblad sterker maken. In het Deense onderzoek oefenden mensen drie keer per week met elastische banden, en werd het telkens iets zwaarder [5]. Dat krachttraining bij artrose veilig is, weten we het best van heup en knie. Voor de schouder is er minder onderzoek, maar wat er is, wijst dezelfde kant op [4,5].
Mag oefenen pijn doen? Ja, een beetje. In dat onderzoek was pijn tot een 5 op een schaal van 10 toegestaan [5]. Een handige check is de volgende ochtend: is de pijn dan weer gezakt naar je gewone niveau, dan zat je goed [4]. Blijft je schouder dagen nazeuren, dan was het te veel en doe je de volgende keer een stapje terug. Eén ding om te onthouden: rek niet met kracht door een harde stop heen. Als bot de beweging begrenst, wint duwen het niet [4].
Een pijnstiller kan een slechte periode overbruggen; overleg met je huisarts of apotheek wat bij jou past. Een injectie met een ontstekingsremmer in het gewricht wordt vaak gegeven, maar is opvallend weinig onderzocht. In een kleine studie hield het effect hooguit vier maanden aan [4]. Kortdurend ja, structureel nee. Voor injecties met hyaluronzuur is het bewijs wisselend [4].
En de nachten? Lig je op je goede zij, leg dan een kussen voor je buik waar je arm op kan rusten. Nachtpijn en slecht slapen gaan bij schouderartrose vaak samen, en ook spanning en somberheid kleuren hoe je pijn ervaart [2]. Lees daarom ook over slaap en herstel en over waarom je meer pijn voelt als je gestrest bent. En omdat dit een lange adem vraagt: zo houd je oefenen vol als de motivatie zakt.
We beginnen met jouw verhaal. Wat lukt niet meer, wat wil je weer kunnen en wat heb je al geprobeerd? Daarna onderzoeken we je schouder: hoe ver hij beweegt, hoe sterk de spieren zijn en wat je nek en schouderblad doen. Zo maken we ook het onderscheid met een frozen shoulder of een peesprobleem, want die vragen een andere aanpak. Heb je al een foto of scan, neem de uitslag dan mee. Wij leggen uit wat er staat, en vooral wat het wel en niet betekent.
Dan maken we een plan. De basis is fysiotherapie met drie vaste onderdelen. Uitleg, zodat je weet wat je voelt en waarom. Slim omgaan met wat je dagelijks van je schouder vraagt. En oefeningen voor beweeglijkheid en kracht, die we stap voor stap zwaarder maken. Ook hier zijn we eerlijk: goed onderzoek dat oefentherapie bij schouderartrose vergelijkt met niets doen of met een operatie, is er nog niet [2]. Dat onderzoek loopt nu [4]. Ook is geen enkele oefenvorm aantoonbaar beter dan een andere [2]. Wat we wel weten: goed gedoseerd oefenen is veilig, en in de studies die er zijn kregen mensen minder pijn en meer functie [2,5]. Daarom kiezen we oefeningen op basis van wat we bij jou vinden, niet uit een standaardlijstje.
Soms zetten we er iets naast. Met manuele therapie kunnen we een stijve schouder, nek of bovenrug wat meer bewegingsruimte geven. Dat maakt oefenen vaak makkelijker, maar het blijft een aanvulling. Is je schouder rustiger en wil je verder opbouwen? Dan kun je onder begeleiding doortrainen bij De Fitnessvrienden.
En als het te weinig oplevert? Dan kijken we opnieuw, en overleggen we met je huisarts. Een foto, een injectie of een verwijzing naar de orthopeed kan dan een logische stap zijn. Blijft de pijn je dagen en nachten bepalen, ook na een serieuze periode oefenen? Dan is een schouderprothese bij ernstige artrose de gangbare behandeling [4]. De Amerikaanse richtlijn voor fysiotherapeuten noemt, op basis van één onderzoek, een jaar behandelen zonder operatie voordat je die keuze maakt [2]. Verloren tijd is dat niet: de makers verwachten dat een goede voorbereiding je herstel helpt, al is dat nog niet onderzocht [2]. Na de operatie helpen we je verder met revalidatie na een operatie.
Nee. De veranderingen in het gewricht blijven, en er bestaat geen behandeling die kraakbeen terugbrengt [1]. Maar je klachten liggen niet vast. Veel mensen hebben betere en slechtere periodes, en met gericht oefenen kun je pijn en functie verbeteren. Reken daarbij op maanden, niet op weken.
Bij allebei is je schouder stijf en pijnlijk, en gaat vooral naar buiten draaien slecht. Bij een frozen shoulder zit het probleem in het kapsel en trekt het meestal weer bij, al duurt dat lang. Bij artrose is het gewricht zelf veranderd, en dat blijft zo. Op gevoel is het verschil lastig te maken; een röntgenfoto geeft dan duidelijkheid [1]. Lees meer op onze pagina over de frozen shoulder.
Ja, en liefst wel. Oefenen bij artrose is veilig voor je kraakbeen [4], en stoppen maakt je schouder stijver en zwakker. Pas aan wat nu te veel is: minder zwaar boven je hoofd, vaker pauze, het werk verdelen. Doe je zwaar werk boven schouderhoogte? Bespreek dan met je werkgever of bedrijfsarts wat er anders kan.
Niet altijd. Een goed onderzoek van je schouder zegt al veel. Een gewone röntgenfoto is zinvol bij twijfel tussen artrose en een frozen shoulder, of als een operatie in beeld komt. Die foto loopt via je huisarts. Een MRI is voor de diagnose artrose meestal niet nodig [1]. En onthoud: wat je op de foto ziet, zegt weinig over hoeveel pijn je hebt [1].
Kortdurend soms, structureel niet. Een prik met een ontstekingsremmer is bij schouderartrose weinig onderzocht; in een kleine studie hield het effect hooguit vier maanden aan [4]. Zo’n prik kan wel helpen om een heftige periode door te komen en weer te kunnen oefenen. Staat er een prothese gepland? Overleg dan over de timing, want een prik kort voor de operatie hangt samen met meer kans op infectie [4].
Als de pijn je dagen en nachten blijft bepalen, terwijl je een serieuze periode hebt geoefend en andere behandelingen te weinig doen. Die keuze maak je samen met de orthopeed. Na de operatie draag je meestal een aantal weken een mitella. Daarna bouw je bewegen en kracht stap voor stap op [2]. Daar helpen we je bij; lees meer over revalidatie na een schouderoperatie.
[1] Ibounig T, Simons T, Launonen A, Paavola M. Glenohumeral osteoarthritis: an overview of etiology and diagnostics. Scand J Surg. 2021;110(3):441-451. Via PubMed: doi.org/10.1177/1457496920935018
[2] Michener LA, Heitzman J, Abbruzzese LD, Bondoc SL, Bowne K, Henning PT, et al. Physical Therapist Management of Glenohumeral Joint Osteoarthritis: A Clinical Practice Guideline from the American Physical Therapy Association. Phys Ther. 2023;103(6):pzad041. Via PubMed: doi.org/10.1093/ptj/pzad041
[3] Prakash R, Gardner JE, Petric UB, Pathak R, Atem F, Jain NB. Association of Age and Sex at Onset With Glenohumeral Osteoarthritis: A Systematic Review and Meta-analysis. Am J Phys Med Rehabil. 2024;103(7):611-616. Via PubMed: doi.org/10.1097/PHM.0000000000002419
[4] Davies MR, Musahl V, Forsythe B, Calcei JG, Ma CB. Glenohumeral Osteoarthritis: Disease Burden, Current Understanding, and Gaps in Knowledge and Treatment. Orthop J Sports Med. 2025;13(5):23259671251339428. Via PubMed: doi.org/10.1177/23259671251339428
[5] Larsen JB, Østergaard HK, Thillemann TM, Falstie-Jensen T, Reimer LCU, Noe S, et al. Are progressive shoulder exercises feasible in patients with glenohumeral osteoarthritis or rotator cuff tear arthropathy? Pilot Feasibility Stud. 2022;8(1):168. Via PubMed: doi.org/10.1186/s40814-022-01127-8
‘Complete zorg in hartje Stratum’




'Samen gezond in Blixembosch'




"Actief herstellen in Aalst-Waalre"




Je hoeft er niet langer mee rond te blijven lopen. Plan online een moment dat jou uitkomt, of bel ons even.
