Fysiotherapie
Fysiotherapie helpt je klachten begrijpen en gericht aanpakken. We kijken samen naar de oorzaak en begeleiden je stap voor stap. Zo werk je aan herstel dat bij jou past.

Je zit in de bioscoop, in de collegezaal of al drie kwartier in de auto. Langzaam begint het te zeuren achter je knieschijf, tot je je been strekt en het wegzakt. Op de trap naar beneden voel je het weer, en bij hurken ook. De huisarts noemt het patellofemoraal pijnsyndroom. Dat klinkt zwaarder dan het is: de naam zegt alleen waar het pijn doet, niet dat er iets stuk is.
Op deze pagina lees je wat patellofemorale pijn is en waarom je er meestal geen scan voor nodig hebt. Je leest ook hoe de klacht ontstaat, waarom herstel vaak langer duurt dan je hoopt, wat je zelf kunt doen en hoe wij je daarbij helpen.
Patellofemoraal pijnsyndroom, vaak afgekort tot PFPS, is pijn rond of achter je knieschijf. De pijn wordt erger bij bewegingen waarbij je met je gewicht op een gebogen knie steunt, zoals hurken, traplopen, hardlopen en springen [1]. Patella is Latijn voor knieschijf, femur voor dijbeen. Patellofemoraal betekent dus: op de plek waar je knieschijf en je dijbeen elkaar raken. Syndroom is hier niet meer dan een verzamelnaam voor klachten die vaak samen voorkomen.
Je knieschijf ligt in de pees van je grote bovenbeenspier en glijdt bij elke buiging door een gootje aan de voorkant van je dijbeen. Zo werkt hij als een hefboom, waardoor je bovenbeenspier meer kracht kan zetten. Het gewricht tussen knieschijf en dijbeen krijgt het meest te verduren als je je gewicht draagt op een gebogen knie.
Vroeger heette deze klacht ook wel chondromalacie, letterlijk “zacht kraakbeen”. Die naam doet vermoeden dat er iets beschadigd is. Onderzoekers kiezen tegenwoordig voor de neutrale term patellofemorale pijn [1]. Ze wijzen erop dat de pijn het belangrijkste kenmerk is, en dat onduidelijk is hoe die samenhangt met wat er in het gewricht te zien valt [1]. De diagnose stel je daarom met een goed gesprek en lichamelijk onderzoek. Eén test die het zeker aantoont bestaat niet; de beste aanwijzing is pijn aan de voorkant van je knie als je hurkt [1].
De pijn is niet gevaarlijk en er gaat niets kapot, zo staat het ook op Thuisarts.nl over pijn aan de knieschijf. Zit jouw pijn vooral aan de binnen- of buitenkant van je knie, of begon hij na een verdraaiing? Dan past een van de andere knieklachten misschien beter.
De pijn zit rond de rand van je knieschijf of er diep achter. Aanwijzen met één vinger lukt meestal niet; het is meer een zeurend gebied dan een punt. Je voelt het als je de trap af loopt, hurkt om iets uit de onderste la te pakken of knielt om de veters van je kind te strikken. Ook fietsen tegen de wind in of een heuvel op kan het uitlokken. Sommige mensen horen of voelen hun knie kraken bij het buigen. Dat klinkt verontrustend, maar het kan geen kwaad.
En dan is er het zitten. Na een tijd met gebogen knieën, in de auto, aan je bureau of op de bank, wordt je knie pijnlijk en stijf. Ja, ook als je dus niks doet. Zodra je opstaat en een stukje loopt, zakt het meestal weer. Soms lijkt het even alsof je door je knie zakt; dat komt door de pijn. De klacht kan in één knie zitten of in allebei. Dit zijn de signalen die we het vaakst horen:
Eerlijk is eerlijk: niemand weet precies waarom de een deze klacht krijgt en de ander niet [2]. Wat wel steeds terugkomt, is het moment waarop het begint: vlak nadat iemand in korte tijd veel meer is gaan doen. In een onderzoek onder 77 vrouwen die aan een hardloopprogramma voor beginners van tien weken begonnen, kreeg ongeveer één op de vijf patellofemorale pijn [3]. Bij militaire rekruten zie je hetzelfde in de eerste maanden van hun opleiding [3].
Het helpt om te denken in belasting versus belastbaarheid. Belasting is wat je van je knie vraagt: trappen, kilometers, kniebuigingen, uren zitten. Belastbaarheid is wat je knie op dit moment aankan. Loopt het eerste te snel voor op het tweede, dan gaat het gebied rond je knieschijf protesteren. Dat kan gebeuren na de eerste weken hardlopen, na een wandelvakantie in de bergen of in de drukke weken voor een wedstrijd. Je knie is dan niet stuk. Hij kreeg te veel, te snel.
Misschien denk je dat het aan jou ligt: een paar kilo te veel, of de verkeerde leeftijd. Het onderzoek zegt iets anders. In 18 onderzoeken die samen ruim 4.800 mensen volgden vóórdat ze klachten kregen, voorspelden leeftijd, lengte, gewicht en BMI niet wie patellofemorale pijn kreeg [2]. Zwakke heupspieren, vaak als boosdoener genoemd, kwamen er evenmin uit. Het enige wat wel opviel was minder kracht in de bovenbeenspieren, en dat is alleen bij militairen aangetoond [2]. De klacht wordt vaker bij vrouwen gezien [3], maar ook dat verschil bleef in deze analyse niet overeind [2].
Een paar cijfers die laten zien hoe deze klacht in elkaar zit [2,3,4,5]:
Lang werd gedacht dat deze klacht vanzelf overgaat. Dat beeld is te rooskleurig gebleken [3]. In een Nederlands onderzoek onder 131 mensen noemde na een jaar ongeveer de helft van de groep die alleen advies kreeg zich hersteld. In de groep met begeleide oefentherapie was dat ruim zes op de tien. Dat verschil kan toeval zijn geweest, maar de pijn was in die groep wel aantoonbaar lager [5]. Bijna iedereen was na een jaar vooruitgegaan [5]. Toch heeft een flink deel van de mensen ook jaren later nog klachten [3,6]. Dat is geen leuk nieuws, we weten het.
Waarom zo traag? Omdat het hier niet gaat om iets dat even dichtgroeit, maar om het opbouwen van wat je knie aankan. Dat gaat in weken, niet in dagen. De Nederlandse richtlijn rekent op minstens zes tot twaalf weken oefentherapie en adviseert om na zes en na twaalf weken te meten of pijn en functie vooruitgaan [4]. Reken dus op een paar maanden voordat de trap weer vanzelf gaat.
Eén ding hoort niet bij dit beeld: plotseling hevige pijn aan de voorkant van je knie tijdens rennen of na een sprong, waarna je je been niet meer kunt strekken of gestrekt kunt optillen. Bel dan direct je huisarts of de huisartsenpost. Ook een knie die duidelijk dik wordt, of pijn op een andere plek dan rond je knieschijf, laat je beter door je huisarts beoordelen. Speelt dat niet, dan kun je zelf aan de slag. Toch zijn er momenten waarop wachten geen zin meer heeft en je beter kunt langskomen:
Samen zoeken we uit wat jouw knie nu aankan en wat je er op een dag van vraagt. Daar bouwen we een plan omheen dat past bij jouw trap, jouw werk en jouw sport.
Plan online een afspraak, op een moment en een locatie die jou uitkomen.
Begin met doseren, niet met stoppen. Bewegen is bij deze klacht niet gevaarlijk, en van stilvallen worden je spieren alleen maar zwakker. Doe tijdelijk minder van wat de pijn uitlokt: loop korter, minder hard of minder vaak, laat diepe kniebuigingen even weg en neem lichtere gewichten. Fiets je veel, kijk dan of je zadel niet te laag staat. Een beetje pijn tijdens het bewegen mag, zolang die niet blijft oplopen en de volgende ochtend weer op het gewone niveau is. Meer daarover lees je in onze blog over sporten met een blessure.
Wat op de lange termijn het meest oplevert, is sterker worden. Oefentherapie voor de bovenbeenspieren, vaak samen met de heupspieren, is in de Nederlandse richtlijn en in internationale adviezen de eerste keuze [4,6]. Thuis kun je klein beginnen. Ga op een stoel zitten, strek één been en houd dat tien tellen vast. Doe dat vijf keer achter elkaar, elke dag. Gaat dat makkelijk, dan houd je het langer vast of hang je een gewichtje van een kilo aan je enkel. Saai, we weten het. Maar hier begint het mee.
Heb je vooral last bij het zitten? Wissel dan vaker van houding. Strek je benen onder je bureau, sta tussendoor even op en kies in de bioscoop of het vliegtuig een stoel aan het gangpad.
Dan de hulpmiddelen. Tape, een brace en zooltjes worden veel gebruikt, maar het bewijs is dun of spreekt elkaar tegen. De richtlijn raadt aan er pas over na te denken als zes weken oefenen te weinig oplevert, en dan als aanvulling op de oefeningen [4]. Pijnstillers zijn meestal niet nodig; bij veel pijn is paracetamol de eerste keuze [4]. En een injectie? Die raadt de richtlijn bij deze klacht af [4]. In een analyse van de betere onderzoeken voegde een injectie met hyaluronzuur niets toe aan oefentherapie, en deed dry needling het niet beter dan een nepbehandeling [6]. Waterdicht is dat bewijs niet, maar een duidelijk voordeel laat het niet zien.
Geef je herstel ten slotte de ruimte. Je lichaam past zich aan in de uren tussen de trainingen, dus goede slaap telt mee. Langdurige spanning werkt de andere kant op: stress kan je herstel vertragen. En wil je weer gaan hardlopen, bouw dan rustiger op dan je zin hebt. In onze blog over blessures voorkomen bij het hardlopen lees je hoe je dat aanpakt.
We beginnen met jouw verhaal. Wat doe je in een gewone week, wat veranderde er vlak voordat de pijn begon en wat wil je weer kunnen? Daarna kijken we hoe je hurkt en een trede op- en afstapt, en testen we de kracht van je bovenbeen en je heup. We gaan ook na of er niet iets anders speelt. Een scan is daar zelden voor nodig.
Daarna volgt uitleg, want die hoort er altijd bij [6]. Pijn is hier een signaal dat je knie te veel krijgt, geen bewijs van schade. Hoe dat werkt lees je in onze blog over waarom iets pijn doet. Vervolgens stemmen we je belasting af op wat je knie nu aankan en starten we met fysiotherapie in de vorm van oefentherapie voor je bovenbeen en je heup. Verdraagt je knie belast buigen nog slecht, dan beginnen we met meer nadruk op de heup en schuiven we stap voor stap op [6]. Na zes en na twaalf weken meten we of je pijn afneemt en of je meer kunt [4].
Wil je terug naar hardlopen, voetbal of een andere sport, dan helpt sportfysiotherapie je met de opbouw daarnaartoe. Je gaat pas weer voluit als je knie die belasting aankan. Tape of zooltjes komen pas in beeld als de oefeningen na een week of zes te weinig doen. We zeggen er dan eerlijk bij dat het bewijs dun is [4]. Dry needling is bij deze klacht niet onze eerste keuze: in een analyse van de betere onderzoeken voegde het niets toe aan oefenen [6]. Ben je bij ons klaar en wil je de kracht in je benen vasthouden, dan kun je verder trainen bij De Fitnessvrienden.
En als het langer duurt? Zie je na twaalf weken goed oefenen geen verbetering in pijn en functie, dan adviseert de richtlijn om de diagnose opnieuw te bekijken [4]. Dat doen we samen met jou, zo nodig in overleg met je huisarts, een sportarts of een orthopeed. Een operatie komt bij deze klacht alleen in heel specifieke gevallen ter sprake: na minstens een halfjaar behandelen zonder resultaat, en als een scan een duidelijke oorzaak in de bouw van het gewricht laat zien. Een kijkoperatie wordt afgeraden [4].
Langer dan de meeste mensen hopen. Reken op zes tot twaalf weken gericht oefenen voordat je kunt beoordelen of het werkt [4]. In een Nederlands onderzoek was na een jaar bijna iedereen vooruitgegaan, maar noemde vier tot vijf op de tien mensen zich nog niet hersteld [5].
Niet helemaal. In het Engels is runner’s knee een andere naam voor patellofemorale pijn [1]. In Nederland bedoelen mensen met een lopersknie ook vaak pijn aan de buitenkant van de knie. Een springersknie is pijn in de pees aan de onderrand van de knieschijf, op één aanwijsbare plek [4]. Zit jouw pijn rond of achter de knieschijf en is hij moeilijk aan te wijzen, dan past dat bij patellofemorale pijn.
Meestal wel, maar niet op dezelfde voet. Verminder tijdelijk je afstand, je tempo of het aantal keren per week, tot de pijn tijdens en na het sporten hanteerbaar blijft. Helemaal stoppen is zelden nodig. Bouw daarna in kleine stappen op en begin niet meteen met een wedstrijd.
Als steuntje soms, als oplossing niet. Het bewijs voor tape en braces is mager of tegenstrijdig, en voor kant-en-klare zooltjes is alleen een effect op korte termijn gevonden [4,6]. De richtlijn ziet ze als aanvulling wanneer oefenen na zes weken te weinig oplevert [4]. De behandeling zelf blijft: sterker worden.
Bijna nooit. De diagnose wordt gesteld op je verhaal en op lichamelijk onderzoek [1]. Injecties raadt de Nederlandse richtlijn af. Een operatie komt alleen ter sprake als een halfjaar behandelen niets heeft opgeleverd en een scan een duidelijke oorzaak in de bouw van je knie laat zien [4].
Dat is niet aangetoond. Huisartsen gaan ervan uit dat je door deze klacht geen grotere kans op artrose hebt. Sommige onderzoekers vermoeden wel een verband, maar hoe pijn en veranderingen in het gewricht samenhangen is onduidelijk [1]. Wil je weten wat artrose wel is, lees dan onze pagina over knieartrose.
[1] Crossley KM, Stefanik JJ, Selfe J, Collins NJ, Davis IS, Powers CM, et al. 2016 Patellofemoral pain consensus statement from the 4th International Patellofemoral Pain Research Retreat, Manchester. Part 1: Terminology, definitions, clinical examination, natural history, patellofemoral osteoarthritis and patient-reported outcome measures. Br J Sports Med. 2016;50(14):839-843. Via PubMed: doi.org/10.1136/bjsports-2016-096384
[2] Neal BS, Lack SD, Lankhorst NE, Raye A, Morrissey D, van Middelkoop M. Risk factors for patellofemoral pain: a systematic review and meta-analysis. Br J Sports Med. 2019;53(5):270-281. Via PubMed: doi.org/10.1136/bjsports-2017-098890
[3] Smith BE, Selfe J, Thacker D, Hendrick P, Bateman M, Moffatt F, et al. Incidence and prevalence of patellofemoral pain: A systematic review and meta-analysis. PLoS One. 2018;13(1):e0190892. Via PubMed: doi.org/10.1371/journal.pone.0190892
[4] Ophey M, Koëter S, van Ooijen L, van Ark M, Boots F, Ilbrink S, et al. Dutch multidisciplinary guideline on anterior knee pain: Patellofemoral pain and patellar tendinopathy. Knee Surg Sports Traumatol Arthrosc. 2025;33(2):457-469. Via PubMed: doi.org/10.1002/ksa.12367
[5] van Linschoten R, van Middelkoop M, Berger MY, Heintjes EM, Verhaar JA, Willemsen SP, et al. Supervised exercise therapy versus usual care for patellofemoral pain syndrome: an open label randomised controlled trial. BMJ. 2009;339:b4074. Via PubMed: doi.org/10.1136/bmj.b4074
[6] Neal BS, Lack SD, Bartholomew C, Morrissey D. Best practice guide for patellofemoral pain based on synthesis of a systematic review, the patient voice and expert clinical reasoning. Br J Sports Med. 2024;58(24):1486-1495. Via PubMed: doi.org/10.1136/bjsports-2024-108110
‘Complete zorg in hartje Stratum’




'Samen gezond in Blixembosch'




"Actief herstellen in Aalst-Waalre"




Je hoeft er niet langer mee rond te blijven lopen. Plan online een moment dat jou uitkomt, of bel ons even.
